Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 127
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk rapport/memo.

18 november 1940 (18/11). Van: Een marktopzichter (niet bij naam genoemd op deze pagina).

Origineel

Ambtelijk rapport/memo. 18 november 1940 (18/11). Een marktopzichter (niet bij naam genoemd op deze pagina). № 25/234/M. 1940 18/11

Den Heer Inspecteur
der Marktwezen
Alhier

Rapport

Niettegenstaande de markten in deze week (11/16-11-40) dagelijks om 17,15 uur ontruimd moeten zijn, komt het vrijwel elken dag voor, dat een groep kooplieden, hoofdzakelijk de handelaars in eetwaren, tracht den marktdag te verlengen.

Hoewel herhaaldelijk door het alhier dienstdoende marktpersoneel vermanend is opgetreden, blijkt zulks niet het gewenschte effect te sorteeren en nemen de overtredingen betreffende de ontruiming eer toe dan af.

Tegen losse plaatshouders wordt door mij drastisch opgetreden door hen eenvoudig een losse plaats te weigeren in verband met de verstoring der marktorde.

Hieronder volgt een lijst van vaste plaatshouders, die op Vrijdag 15 Nov. j.l. tusschen 17,30 en 17,45 uur, dus tusschen een kwartier en een half uur na de officieele beëindiging der markt, zelfs nog aan het verkoopen waren. Zulks is geconstateerd door den controleur-marktopzichter Bakker en mij. Het document is een schriftelijke rapportage van een marktopziener aan de Inspecteur der Marktwezen. De kern van de klacht is dat kooplieden (met name die in de sector 'eetwaren') de verplichte sluitingstijd van 17:15 uur structureel negeren.

De rapporteur maakt een onderscheid in de aanpak van de overtreders:
1. Losse plaatshouders: Deze worden direct gestraft door hen in de toekomst de toegang tot de markt te ontzeggen ("plaats te weigeren").
2. Vaste plaatshouders: Omdat deze waarschijnlijk over vergunningen of vaste rechten beschikken, kan de opziener niet direct sanctioneren. In plaats daarvan wordt een lijst (die vermoedelijk op de volgende pagina staat) overgedragen aan de inspecteur voor verdere disciplinaire maatregelen.

Opvallend is de taal: formeel, gezagsgetrouw en licht gefrustreerd over het feit dat "vermanend optreden" geen resultaat biedt. Dit rapport is geschreven in november 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het document gaat over de dagelijkse marktorde, is de strikte handhaving van de sluitingstijd (17:15 uur) mogelijk gerelateerd aan de verduisteringsvoorschriften. In de wintermaanden trad de duisternis vroeg in; vanwege de luchtbescherming mocht er na zonsondergang geen licht branden op straat of op marktkramen.

De "handelaars in eetwaren" waarover gesproken wordt, stonden onder grote druk. In 1940 was de distributie van voedsel al op gang gekomen en waren veel producten op de bon. Het langer openblijven van kramen kan geduid worden als een poging van de handelaren om hun kwetsbare voorraad alsnog te verkopen in een tijd van toenemende schaarste en economische onzekerheid. De "marktmacht" van de overheid werd in deze periode extra streng gecontroleerd om de zwarte handel en wanorde tegen te gaan.

Samenvatting

Het document is een schriftelijke rapportage van een marktopziener aan de Inspecteur der Marktwezen. De kern van de klacht is dat kooplieden (met name die in de sector 'eetwaren') de verplichte sluitingstijd van 17:15 uur structureel negeren.

De rapporteur maakt een onderscheid in de aanpak van de overtreders:
1. Losse plaatshouders: Deze worden direct gestraft door hen in de toekomst de toegang tot de markt te ontzeggen ("plaats te weigeren").
2. Vaste plaatshouders: Omdat deze waarschijnlijk over vergunningen of vaste rechten beschikken, kan de opziener niet direct sanctioneren. In plaats daarvan wordt een lijst (die vermoedelijk op de volgende pagina staat) overgedragen aan de inspecteur voor verdere disciplinaire maatregelen.

Opvallend is de taal: formeel, gezagsgetrouw en licht gefrustreerd over het feit dat "vermanend optreden" geen resultaat biedt.

Historische Context

Dit rapport is geschreven in november 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel het document gaat over de dagelijkse marktorde, is de strikte handhaving van de sluitingstijd (17:15 uur) mogelijk gerelateerd aan de verduisteringsvoorschriften. In de wintermaanden trad de duisternis vroeg in; vanwege de luchtbescherming mocht er na zonsondergang geen licht branden op straat of op marktkramen.

De "handelaars in eetwaren" waarover gesproken wordt, stonden onder grote druk. In 1940 was de distributie van voedsel al op gang gekomen en waren veel producten op de bon. Het langer openblijven van kramen kan geduid worden als een poging van de handelaren om hun kwetsbare voorraad alsnog te verkopen in een tijd van toenemende schaarste en economische onzekerheid. De "marktmacht" van de overheid werd in deze periode extra streng gecontroleerd om de zwarte handel en wanorde tegen te gaan.

Gerelateerde Documenten 3