Handgeschreven brief (administratief verzoek).
Origineel
Handgeschreven brief (administratief verzoek). 25 november 1940. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam, 25/11/40
Aan den Wel Edele Heer
Directeur v/d Marktwezen
Geachte Heer!
Naar aanleiding van
ons telefonisch onderhoud
zoo wilde ik u Edele beleefd
verzoeken, mij een bewijs
te willen geven ik niet in
het jaar 1940 met vleesch
waren op de markt op de
Albert Cuypstraat heb gestaan
Den Wel Edele Moerkerk heeft
mij verzocht mij tot u
te wenden.
In afwachting
verblijve ik met de meeste
Hoogachting * Inhoud: De afzender verzoekt om een schriftelijke verklaring (een bewijs) van de Dienst van het Marktwezen. Uit dit bewijs moet blijken dat de betrokkene gedurende het jaar 1940 niet met vleeswaren op de Albert Cuypmarkt heeft gestaan.
* Aanleiding: Het verzoek volgt op een telefoongesprek en is gedaan op advies van een zekere heer Moerkerk (vermoedelijk een ambtenaar of tussenpersoon).
* Taalgebruik: De brief is opgesteld in de toen gangbare formele stijl ("u Edele", "verblijve ik"), inclusief de destijds geldende spelling (zoals "vleesch" en "den Wel Edele").
* Administratieve sporen: De blauwe stempel en de handgeschreven toevoeging "26/11" duiden op de officiële ontvangst en verwerking door de gemeentelijke dienst. Dit document stamt uit november 1940, zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypstraat was (en is) de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam.
Tijdens de bezetting werd de distributie van voedsel, waaronder vlees, streng gereguleerd door middel van distributiebonnen en strikte vergunningen voor marktkooplieden. Het feit dat de schrijver een bewijs van afwezigheid vraagt (dat hij daar niét heeft gestaan), suggereert dat dit nodig was voor een administratieve rechtvaardiging. Dit kon te maken hebben met belastingen, de toewijzing van een andere staanplaats, of om aan te tonen dat men niet betrokken was bij de handel in gerantsoeneerde goederen op die specifieke locatie in dat jaar. Marktwezen