Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 183
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en handtekening.

27 november 1940. Van: Herman ten Brink, Oude Schans 17, Amsterdam. Dossier: 25/241

Origineel

Getypte brief met handgeschreven toevoegingen en handtekening. 27 november 1940. Herman ten Brink, Oude Schans 17, Amsterdam. Nº 25/241/ M. 1940 28/11

Amsterdam, 27 November 1940.

Den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM

[handgeschreven:] uit Insp

Mijnheer,

Ondergetekende, H. ten Brink wonende te Amsterdam, Oude Schans 17 en een standplaats hebbende op de markt in de Albert Cuypstraat voor de verkoop van eieren en kippen, voorkeurskaart 527, deelt U mede, dat hij volgens de verkoopbepalingen geen gebruik van deze plaats zal kunnen maken.
Hij verzoekt U echter dezelfde plaats voor hem aan te houden, opdat hij bij ruimere aanvoer direct weer van deze plaats gebruik kan maken.
Uw antwoord tegemoet ziende,

Hoogachtend,

H. ten Brink [handtekening: Herman ten Brink]
Oude Schans 17
Amsterdam.

[rechtsonder:] 25 In deze brief verzoekt Herman ten Brink, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt, aan de directeur van het Marktwezen om zijn vaste standplaats te mogen behouden, ondanks het feit dat hij deze op dat moment niet kan benutten. Hij verkoopt eieren en kippen, maar geeft aan dat hij vanwege de geldende "verkoopbepalingen" momenteel geen gebruik kan maken van de plek.

De kern van het verzoek is een reservering: hij wil de garantie dat de plek weer voor hem beschikbaar is zodra de aanvoer van goederen toeneemt. De toon van de brief is formeel en zakelijk, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief is gedateerd op november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is tweeledig:

  1. Economische schaarste: Door de oorlogssituatie was er al snel sprake van tekorten aan voedsel en goederen. De "verkoopbepalingen" en het gebrek aan aanvoer waar Ten Brink naar verwijst, duiden op de vroege stadia van rantsoenering en distributiebeperkingen. Voor een handelaar in verse producten zoals kippen en eieren was het lastig om dagelijks voldoende handel te hebben om een kraam rendabel te houden.
  2. Joodse geschiedenis: Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Herman ten Brink een Joodse marktkoopman was. Hoewel de brief expliciet over aanvoerproblemen spreekt, vonden er in deze periode ook de eerste administratieve voorbereidingen plaats voor de latere uitsluiting van Joden uit het openbare leven en van de markten. De Albert Cuypmarkt was destijds een plek waar veel Joodse Amsterdammers werkten en woonden. De brief illustreert de strijd van een kleine zelfstandige om zijn bestaansrecht te behouden in een steeds onzekerder wordende tijd. Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt Herman ten Brink, een marktkoopman op de Albert Cuypmarkt, aan de directeur van het Marktwezen om zijn vaste standplaats te mogen behouden, ondanks het feit dat hij deze op dat moment niet kan benutten. Hij verkoopt eieren en kippen, maar geeft aan dat hij vanwege de geldende "verkoopbepalingen" momenteel geen gebruik kan maken van de plek.

De kern van het verzoek is een reservering: hij wil de garantie dat de plek weer voor hem beschikbaar is zodra de aanvoer van goederen toeneemt. De toon van de brief is formeel en zakelijk, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd.

Historische Context

De brief is gedateerd op november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is tweeledig:

  1. Economische schaarste: Door de oorlogssituatie was er al snel sprake van tekorten aan voedsel en goederen. De "verkoopbepalingen" en het gebrek aan aanvoer waar Ten Brink naar verwijst, duiden op de vroege stadia van rantsoenering en distributiebeperkingen. Voor een handelaar in verse producten zoals kippen en eieren was het lastig om dagelijks voldoende handel te hebben om een kraam rendabel te houden.
  2. Joodse geschiedenis: Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Herman ten Brink een Joodse marktkoopman was. Hoewel de brief expliciet over aanvoerproblemen spreekt, vonden er in deze periode ook de eerste administratieve voorbereidingen plaats voor de latere uitsluiting van Joden uit het openbare leven en van de markten. De Albert Cuypmarkt was destijds een plek waar veel Joodse Amsterdammers werkten en woonden. De brief illustreert de strijd van een kleine zelfstandige om zijn bestaansrecht te behouden in een steeds onzekerder wordende tijd.

Locaties

Albert Cuypmarkt Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Dieren: Kippen Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Kip Vleeswaren: Vlees Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3