Ambtsbericht / Intern advies aan de Inspecteur van het Marktwezen.
Origineel
Ambtsbericht / Intern advies aan de Inspecteur van het Marktwezen. 10 december 1919 (gebaseerd op "Amst. 10 Dec’ 19"). Advies op No 25/211/1 M/W.
Den Heer Inspecteur
't Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
H. ten Brink, oorspr. v. No 527 AL, diene het volgende:
Verzoeker verkocht op de AL markt versche
eieren.
Na 16 Nov. l.l. is door hem geen plaats bezet.
Op 22 Nov. daarv. is ten b. door mij voorgesteld
om foto's in te leveren in verband met de toe-
wijzing van een vaste plaats.
Hieraan is door hem niet voldaan, zoodat hij
op 2 Dec. l.l. van de sollicitantenlijst is geschrapt (zie No 100).
Bedoeling van verzoeker is sollicitant te blijven,
doch vrijgesteld te blijven van plaatsbezetting, in
verband met vervoermoeilijkheden.
M.i. is zulks uit een oogpunt van juiste toe-
passing van het Marktreglement ongewenscht.
Ik geef U dan ook in overweging te adviseeren,
dat de afvoering van de sollicitantenlijst gehand-
haafd blijft, zoodat het verzoek niet kan worden
ingewilligd.
Amst. 10 Dec' 19.
[Handtekening, waarschijnlijk: D.J. Moesheuvel] Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is een geschil met een eierverkoper, H. ten Brink, die een standplaats had op de "AL markt" (waarschijnlijk de Albert Cuypmarkt).
Ten Brink was na 16 november 1919 gestopt met het innemen van zijn marktplaats. Hoewel hem op 22 november was gevraagd om foto's in te leveren voor de toewijzing van een officiële vaste standplaats, gaf hij hier geen gehoor aan. Als gevolg daarvan werd hij op 2 december van de sollicitantenlijst (de wachtlijst voor vaste plekken) geschrapt.
Ten Brink diende vervolgens een verzoek in om wel op de lijst te blijven staan, maar tegelijkertijd vrijgesteld te worden van de plicht om daadwerkelijk op de markt te staan, met als reden "vervoermoeilijkheden". De ambtenaar die dit advies schrijft, wijst dit resoluut af. Hij stelt dat dit in strijd is met een juiste toepassing van het Marktreglement en adviseert de Inspecteur om de uitschrijving van de lijst te handhaven en het verzoek van Ten Brink af te wijzen. De brief dateert uit december 1919, een periode vlak na de Eerste Wereldoorlog waarin de Amsterdamse markten, zoals de Albert Cuypmarkt (opgericht als dagmarkt in 1905), steeds strikter werden gereguleerd door de gemeente. De afkorting "AL" in de context van het Amsterdams Marktwezen werd vaak gebruikt voor de Albert Cuypstraat.
De term "sollicitantenlijst" verwijst naar het systeem waarbij marktkooplieden zonder vaste plek zich op een wachtlijst moesten plaatsen om in aanmerking te komen voor een felbegeerde vaste standplaats. Het Marktreglement schreef voor dat men actief aanwezig moest zijn om die status te behouden. De "vervoermoeilijkheden" waarnaar Ten Brink verwijst, waren in 1919 een veelvoorkomend probleem door tekorten aan brandstof en transportmiddelen in de nasleep van de oorlog, maar werden hier blijkbaar niet als geldig excuus geaccepteerd voor het niet innemen van de marktplaats. De eis voor foto's duidt op de vroege bureaucratisering en de invoering van legitimatiebewijzen voor marktkooplieden. D.J. Moesheuvel W. Marktwezen