Administratieve kaart van de marktinspectie (waarschijnlijk Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen).
Origineel
Administratieve kaart van de marktinspectie (waarschijnlijk Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen). December 1940. In de transcriptie wordt handgeschreven tekst cursief weergegeven. Doorgehaalde tekst is zichtbaar als ~~doorgehaald~~.
[Linkerkolom]
Opgeroepen per
(datum) (uur)
9/12 of 6/12 ... 10 .......
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Albert Cuypstraat
pl. nr. ~~139~~ 161
Komt alleen ’s Zaterdags.
gewaarschuwd 24-10-40
Aan
G. v. Gelder
Roerstraat 117 ^h
4/12/40 JB [initialen]
[Stempel:] No 25/244/2
[Stempel:] III. 1940 3/12
[Rechterkolom]
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan oproeping geen gevolg
gegeven.
~~Bakkers~~
9-12-’40
~~afdoen~~
Zal schrijven.
Kan in verband met
slachtverbod plaats
niet geregeld inne-
men.
9-12-’40
M v Ham [handtekening]
Th. v. Maerkerken
12/12 - 40
H.v.G.
vob
R 13/12 Dit document is een officiële registratiekaart betreffende het markttoezicht in Amsterdam tijdens de vroege periode van de Duitse bezetting. De kern van de zaak is dat de heer G. van Gelder, gevestigd aan de Roerstraat 117-huis, zijn toegewezen plek (nummer 161) op de Albert Cuypmarkt niet regelmatig inneemt.
Opvallende elementen:
* Overtreding: In de marktverordening was vastgelegd dat een vergunde plaats regelmatig bezet moest worden om het recht op de standplaats te behouden. Van Gelder was hier op 24 oktober 1940 al voor gewaarschuwd.
* De Oproeping: Hij werd opgeroepen om te verschijnen op 6 of 9 december om 10:00 uur, maar kwam niet opdagen ("geen gevolg gegeven").
* Rechtvaardiging: Er wordt een belangrijke reden genoteerd voor zijn afwezigheid: een "slachtverbod". Dit suggereert dat Van Gelder een slager of poelier was. Wegens beperkingen in de aanvoer of productie (mogelijk door vroege oorlogsmaatregelen of distributieregels) kon hij niet elke dag zijn waren te koop aanbieden. Er wordt genoteerd dat hij "alleen 's Zaterdags" komt.
* Administratieve afhandeling: Diverse ambtenaren en inspecteurs (o.a. M. van Ham en Th. van Maerkerken) hebben de kaart geparafeerd, wat duidt op een zorgvuldige handhaving van de marktregels. De datum (december 1940) plaatst dit document in de context van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting nog relatief kort duurde, werden er door de bezetter en het Nederlandse bestuur al snel beperkende maatregelen opgelegd wat betreft voedselvoorziening en economische activiteit.
Het genoemde "slachtverbod" is hierbij cruciaal. Tijdens de bezetting werd de slacht van vee streng gereguleerd door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd om de distributie via het bonnensysteem te beheersen. Voor een marktslager betekende een verbod op bepaalde slachtingen simpelweg dat er geen voorraad was om te verkopen, waardoor de marktplaats leeg bleef. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste knooppunten voor de Amsterdamse voedselvoorziening, en de overheid hield streng toezicht op de effectieve benutting van de schaarse verkoopruimte. G. v. Gelder (marktkoopman) M. v. Ham (inspecteur) Th. v. Maerkerken (ambtenaar). Gemeente Amsterdam Marktwezen Rijksbureau