Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag op dun papier). 25 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie in Amsterdam). Den Heer Y. Goedhart, Westerstraat 83 I, Amsterdam-Centrum. Extra
VP/G den Heer Y. Goedhart,
Westerstraat 83 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 9.
28/78/2 M 25 October 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 October jl. be-
richt ik U, dat, volgens Uw eigen opgave, de laatste uitkee-
ring, die U van den Dienst voor Maatschappelyken Steun ont-
ving, plaatsvond op 31 Augustus jl. U is daarom sinds 25 Au-
gustus jl. marktgeld schuldig. Tevens deel ik U mede, dat Uw
verzoek om niet regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat
te bezetten, niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur, De toon van de brief is formeel en zakelijk. De kern van de boodschap is tweeledig:
- Financiële vordering: Er is een direct verband tussen de sociale steun die de heer Goedhart ontving en zijn verplichting om marktgeld te betalen. Blijkbaar was hij vrijgesteld van marktgeld zolang hij een uitkering van de Dienst voor Maatschappelyken Steun (DMS) ontving. Omdat de uitkering eind augustus stopte, wordt hij met terugwerkende kracht vanaf 25 augustus aangeslagen voor marktgeld.
- Handhavingsbeleid: De heer Goedhart had verzocht om zijn marktplaats op de Westerstraat onregelmatig te mogen bezetten. Dit verzoek wordt resoluut afgewezen. In die tijd was de bezettingsgraad van markten streng gereguleerd; wie een plek had, moest er staan, anders liep men het risico de vergunning kwijt te raken. Dit document stamt uit de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief een louter administratieve aangelegenheid lijkt, illustreert het de bureaucratische nauwkeurigheid in oorlogstijd. De Westerstraatmarkt was (en is) een belangrijke markt in de Jordaan.
De "Dienst voor Maatschappelyken Steun" was de voorloper van de huidige sociale dienst. Het feit dat de heer Goedhart eerder steun ontving en nu weer marktkoopman is, suggereert een precaire financiële situatie. De weigering om hem minder vaak te laten staan, laat zien dat er weinig ruimte was voor individuele omstandigheden (zoals ziekte of gebrek aan handel) binnen het marktwezen van die tijd. De vermelding "Wyk 9" duidt op de administratieve indeling van Amsterdam destijds.