Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 76
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Afschrift (kopie) van een officieel verzoekschrift/brief.

18 april 1940 (datum van opmaak) / 24 april 1940 (datum in kopregel). Van: J.C. Pitters, detailhandelaar in groenten en fruit. Aan: De Raad van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) van de Gemeente Amsterdam.

Origineel

Afschrift (kopie) van een officieel verzoekschrift/brief. 18 april 1940 (datum van opmaak) / 24 april 1940 (datum in kopregel). J.C. Pitters, detailhandelaar in groenten en fruit. De Raad van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) van de Gemeente Amsterdam. No.28/36/1 M.1940 24/4 AFSCHRIFT.
No.402 L.M.1940.
L.S. Aan den Raad van B. en W. der Gemeente Amsterdam.
Ondergeteekende J.C.Pitters, wonende Prinsengracht 100 hs, van beroep detailhandelaar in groenten en fruit, geeft met den meest verschuldigden eerbied te kennen:
"dat hij den 16en April l.l. zich aan het Marktwezen, J.v.Galenstraat vervoegde om zijn standplaats aan de V.d.Pekstraat tegenover perceel 73 te betalen.
"alsdan werd hem medegedeeld, dat hij nog ƒ 7,- moest betalen voor een standplaats van jaren terug, aan de Lindengracht.
"alhoewel ondergeteekende zich hier niets van bewust is en toch iedere maand zijn verplichting op het kantoor nakomt, is hij ook geneegen dit te betalen mits men hem aan kan toonen, dat dit zoo is. Dat hij dat dan niet in eenmaal kan betalen, zooals men hem dat voorsteld, maar met ƒ 0,50 per week.
"Ondergeteekende v.n. doet een beroep op Uw College hem hierin terwille te zijn ...of hem de ƒ 7,- kwijt te schelden ...of een betaling zooals hier is voorgesteld. De fout is dan ook niet bij ondergeteekende maar wel bij de administratie te zoeken, want als ondergeteekende zich niet had weten te handhaven, wie had dan dit geld betaald?
Hopende op een goedgunstig antwoord:

Ondergeteekende v.n. w.g. J.C. Pitters

Amsterdam, 18 April 1940.
Prinsengracht 100. C. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ietwat nederige stijl die gebruikelijk was bij petities aan de overheid ("met den meest verschuldigden eerbied", "goedgunstig antwoord"). De spelling is verouderd (bijv. ondergeteekende, aan te toonen). Er staat een spelfout in de tekst: "voorsteld" in plaats van "voorstelt".
* Inhoud: De heer Pitters, een groenteboer, wordt geconfronteerd met een oude schuld van 7 gulden bij de gemeentelijke marktdienst. Hij betwist de juistheid hiervan omdat hij altijd netjes betaalt, maar is bereid te schikken. Hij wijst op een mogelijke fout in de administratie en vraagt om kwijtschelding of een afbetalingsregeling van 50 cent per week, wat aangeeft dat 7 gulden voor een kleine zelfstandige in die tijd een aanzienlijk bedrag was.
* Administratieve context: Het betreft een 'afschrift', wat betekent dat dit een kopie is die door de gemeentelijke administratie werd bewaard voor het dossier. * Historisch moment: De brief is gedateerd op 18 april 1940, slechts drie weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document toont de dagelijkse gang van zaken en de interactie tussen burgers en de lokale overheid vlak voor het uitbreken van de oorlog.
* Locaties in Amsterdam:
* Prinsengracht 100: Het woonadres van de afzender in de Amsterdamse binnenstad.
* Marktwezen, Jan van Galenstraat: Hier bevond zich het kantoor van de gemeentelijke marktdienst, nabij de Centrale Markthallen.
* V.d. Pekstraat: Een bekende marktstraat in Amsterdam-Noord waar Pitters op dat moment zijn standplaats had.
* Lindengracht: Een historische marktlocatie in de Jordaan waar de vermeende schuld vandaan kwam.
* Sociaal-economisch: De brief geeft inzicht in het leven van een 'detailhandelaar' (kleine ondernemer) die vecht tegen administratieve onduidelijkheid en de noodzaak heeft om in kleine termijnen te betalen.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ietwat nederige stijl die gebruikelijk was bij petities aan de overheid ("met den meest verschuldigden eerbied", "goedgunstig antwoord"). De spelling is verouderd (bijv. ondergeteekende, aan te toonen). Er staat een spelfout in de tekst: "voorsteld" in plaats van "voorstelt".
  • Inhoud: De heer Pitters, een groenteboer, wordt geconfronteerd met een oude schuld van 7 gulden bij de gemeentelijke marktdienst. Hij betwist de juistheid hiervan omdat hij altijd netjes betaalt, maar is bereid te schikken. Hij wijst op een mogelijke fout in de administratie en vraagt om kwijtschelding of een afbetalingsregeling van 50 cent per week, wat aangeeft dat 7 gulden voor een kleine zelfstandige in die tijd een aanzienlijk bedrag was.
  • Administratieve context: Het betreft een 'afschrift', wat betekent dat dit een kopie is die door de gemeentelijke administratie werd bewaard voor het dossier.

Historische Context

  • Historisch moment: De brief is gedateerd op 18 april 1940, slechts drie weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document toont de dagelijkse gang van zaken en de interactie tussen burgers en de lokale overheid vlak voor het uitbreken van de oorlog.
  • Locaties in Amsterdam:
    • Prinsengracht 100: Het woonadres van de afzender in de Amsterdamse binnenstad.
    • Marktwezen, Jan van Galenstraat: Hier bevond zich het kantoor van de gemeentelijke marktdienst, nabij de Centrale Markthallen.
    • V.d. Pekstraat: Een bekende marktstraat in Amsterdam-Noord waar Pitters op dat moment zijn standplaats had.
    • Lindengracht: Een historische marktlocatie in de Jordaan waar de vermeende schuld vandaan kwam.
  • Sociaal-economisch: De brief geeft inzicht in het leven van een 'detailhandelaar' (kleine ondernemer) die vecht tegen administratieve onduidelijkheid en de noodzaak heeft om in kleine termijnen te betalen.