Officiële vergunning (kopie).
Origineel
Officiële vergunning (kopie). 8 januari 1941. Model 10
No 23/10 L.M. 1940 13/41 [paarse stempel]
No 29/15/2 M. 1940 15/41 [lila stempel]
No. _
50/288 A.Z. 1940
4486 Br.
[Wapen van Amsterdam met twee leeuwen en de drie kruisen]
[Handgeschreven tekst in cirkel rechtsboven:] afgeholpen amb. [paraf]
Gezien [rode stempel]
[Handgeschreven inkt:] b d H [?] de H
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM
Gezien een adres van P. A. Huijsman, daarbij vergunning verzoekende tot het koken van mosselen op de Nieuwmarkt;
Overwegende, dat het blijkens onderzoek de bedoeling is, op genoemde markt, een vuurpot te gebruiken voor het koken van mosselen bestemd voor den verkoop;
Gelet op artikel 265, eerste lid, in verband met artikel 5, eerste lid, der Algemeene Politieverordening van Amsterdam;
Geven P. A. Huijsman, wonende Derde Oosterparkstraat 81 (Oost), alhier, te kennen, dat zijn bovenomschreven verzoek wordt toegestaan, onder voorwaarde:
1. dat de vuurpot niet is opgesteld binnen een afstand van 20 m van garages en benzineponpen;
2. dat binnen een afstand van tenminste 2 m van den vuurpot zich geen lichtbrandbare voorwerpen of stoffen bevinden;
3. dat in den vuurpot geen brandstoffen of afval worden gestookt, welke aanleiding kunnen geven tot sterke vonkvorming;
4. dat dagelijks na afloop van de werkzaamheden het vuur in den vuurpot wordt gedoofd;
Herinneren den houder dezer vergunning, dat deze vergunning op hun eerste vordering aan ambtenaren van Politie en Brandweer ter inzage moet worden ter hand gesteld.
Amsterdam, 8 Januari 1941.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
KROPMAN
De SecWETHris, [stempel WETH over getypte tekst]
J. F. FRANKEN [paraf]
Leges / 1.-.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris.
[Handtekening J. F. Franken]
Afschrift aan den Hoofdcommissaris van Politie (2 stuks), den Directeur van den Keuringsdienst van Waren, den Commandant der Brandweer (2 stuks) en aan de afdeeling Levensmiddelen(2 stuks). Dit document is een formele toestemming van het Amsterdamse stadsbestuur aan een burger om een kleinschalige onderneming (mosselkraam) te drijven op de Nieuwmarkt. De nadruk in de vergunning ligt sterk op de brandveiligheid, aangezien er gewerkt werd met een open vuurpot op een openbare marktplaats.
Er worden vier specifieke voorwaarden gesteld die toezien op de afstand tot brandstoffen (garages), de nabijheid van brandbare materialen, het type brandstof (ter voorkoming van vonken) en het veilig doven van het vuur na werktijd. De vergunninghouder was verplicht dit document te tonen bij politiecontroles. De kosten (leges) voor deze vergunning bedroegen één gulden. De datum van het document, januari 1941, plaatst dit midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter het hoogste gezag voerde, bleef het dagelijks gemeentebestuur in Amsterdam in eerste instantie grotendeels via de bestaande bureaucratische kanalen functioneren.
Het feit dat er kopieën van de vergunning gestuurd werden naar de 'Afdeeling Levensmiddelen' en de 'Keuringsdienst van Waren' is tekenend voor de tijd van schaarste en rantsoenering. De handel in levensmiddelen stond onder streng toezicht. De Nieuwmarkt zelf was in die periode een cruciaal handelspunt, maar grensde ook direct aan de Jodenbuurt, die kort na de datum van dit document (februari 1941) door de bezetter zou worden afgesloten.