Officiële brief/oproeping van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/oproeping van de Gemeente Amsterdam. 24 oktober 1940. MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
No. 30/61/3 M.
BIJLAGE
ONDERWERP:
Handgeschreven: verzonden 24/10
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
AMSTERDAM (W.) 24 October 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer M. Kijl,
Onbekende Gracht 3,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Waterlooplein regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 25 of 28 October a.s. om 9 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. In deze brief wordt de heer M. Kijl gesommeerd zich te verantwoorden bij de Inspecteur van het Marktwezen. De reden is dat hij zijn aangewezen marktplaats op het Waterlooplein niet "regelmatig" heeft bezet, ondanks een eerdere waarschuwing. Volgens de geldende marktverordening (artikel 11) is dit een grond om de vergunning in te trekken. De brief dient als een laatste kans of hoorzitting voordat het definitieve besluit tot intrekking wordt genomen. Het taalgebruik is formeel, ambtelijk en dwingend. De datum van de brief, 24 oktober 1940, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De markt op het Waterlooplein bevond zich in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam en het overgrote deel van de kooplieden daar was Joods.
Hoewel de brief strikt genomen over een administratieve overtreding gaat (het niet bezetten van een kraam), past dit document in de beginfase van de uitsluiting van Joden uit het economische leven. De achternaam "Kijl" is een veelvoorkomende Joodse naam in het Amsterdam van die tijd. Tijdens de bezetting werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geconfronteerd met verscherpt toezicht, pesterijen en bureaucratische maatregelen die uiteindelijk zouden leiden tot de volledige verwijdering van Joden van de openbare markten en, in september 1941, de oprichting van specifieke "Joodse markten".
Dergelijke oproepen om naar het kantoor aan de Jan van Galenstraat te komen, waren vaak de opmaat naar het verlies van het middel van bestaan voor Joodse Amsterdammers. De Onbekende Gracht, waar de geadresseerde woonde, was een kleine gracht nabij de Amstel en het Waterlooplein, midden in de Joodse wijk.