Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 314
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief.

5 augustus 1940. Van: S.M. Gokkes, woonachtig aan de Danie Theronstraat 35, Amsterdam. Aan: De "Wel Edel Heer Direkteur des Marktwezen" (Directeur van het Marktwezen), Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief. 5 augustus 1940. S.M. Gokkes, woonachtig aan de Danie Theronstraat 35, Amsterdam. De "Wel Edel Heer Direkteur des Marktwezen" (Directeur van het Marktwezen), Amsterdam. [Bovenaan:] Nº 31/36/ M. 1940 7/8
[Linksboven, diagonaal en doorgehaald:] inkom [?]

Amsterdam 5 Aug 1940
Aan Den Wel Edel
Heer
Direkteur des
Marktwezen

Mijn heer
Bij dese deel ik u het volgende mede
ik ondergetekende S M Gokkes
wonen de Danie Theronstr 35
heeft een standplaats op Uilenburgerstr
Nº 219 nu heb ik voor een goed
jaar gevraagt aan de Marktmeester als
ik mag staan op 215 nu is
215 toe gewezen aan een Koopman
Caransa en op 219 staat een boeken
Koopman de winter en den Heer
de winter heeft 217 en die wil
van die plaats niet weg want
216 is den Heer Schreuder met
zeildoek en leren jassen en 218 is de
Heer Kelleman met oude werkmans
Goedere en daar wil de winter
niet tusse staan verder is daar
niets vrij Zoo doende heb ik

[Einde pagina] De brief is geschreven door S.M. Gokkes, een marktkoopman die een geschil aanhangig maakt bij de Directeur van het Marktwezen over de indeling van standplaatsen in de Uilenburgerstraat.

De kern van de kwestie is een logistieke puzzel op de markt:
1. Gokkes heeft officieel standplaats 219, maar wilde graag naar 215.
2. De marktmeester heeft standplaats 215 echter toegewezen aan een andere koopman, genaamd Caransa.
3. Ondertussen bezet een boekhandelaar, De Winter, de plaats van Gokkes (219).
4. De Winter hoort eigenlijk op plaats 217 te staan, maar weigert daarheen te gaan.
5. De reden voor deze weigering is dat plaats 217 ingeklemd ligt tussen de heren Schreuder (plaats 216, zeildoek en jassen) en Kelleman (plaats 218, oude werkmanskleding). De Winter wil blijkbaar niet tussen deze specifieke kooplieden of goederen staan.

De tekst is geschreven in een functioneel, maar enigszins fonetisch Nederlands ("dese", "gevraagt", "werkmans Goedere"), wat typerend is voor de correspondentie van kleine zelfstandigen uit die periode. De brief breekt onderaan de pagina af, wat suggereert dat er een tweede blad was waarin Gokkes zijn verzoek of voorgestelde oplossing formuleerde. Dit document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Uilenburgerstraat, vormde het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt aldaar was een essentieel onderdeel van het dagelijks leven en de economie van de buurt.

De namen in de brief (Gokkes, Caransa) zijn typisch Sefardisch- en Asjkenazisch-Joodse namen die veelvuldig voorkwamen in deze buurt. Hoewel de brief een alledaags administratief probleem beschrijft — het getouwtrek om de beste marktplaats — krijgt het document een zware historische lading door de wetenschap dat de Joodse bevolking van Amsterdam kort na deze datum systematisch werd uitgesloten van het economisch leven, gevolgd door deportaties.

Zulke documenten in archieven van het Marktwezen bieden een zeldzame, ongefilterde blik op de sociale dynamiek en de kleine ondernemersgeest in de Jodenbuurt vlak voordat de grote verschrikkingen van de Holocaust de gemeenschap zouden verscheuren.

Samenvatting

De brief is geschreven door S.M. Gokkes, een marktkoopman die een geschil aanhangig maakt bij de Directeur van het Marktwezen over de indeling van standplaatsen in de Uilenburgerstraat.

De kern van de kwestie is een logistieke puzzel op de markt:
1. Gokkes heeft officieel standplaats 219, maar wilde graag naar 215.
2. De marktmeester heeft standplaats 215 echter toegewezen aan een andere koopman, genaamd Caransa.
3. Ondertussen bezet een boekhandelaar, De Winter, de plaats van Gokkes (219).
4. De Winter hoort eigenlijk op plaats 217 te staan, maar weigert daarheen te gaan.
5. De reden voor deze weigering is dat plaats 217 ingeklemd ligt tussen de heren Schreuder (plaats 216, zeildoek en jassen) en Kelleman (plaats 218, oude werkmanskleding). De Winter wil blijkbaar niet tussen deze specifieke kooplieden of goederen staan.

De tekst is geschreven in een functioneel, maar enigszins fonetisch Nederlands ("dese", "gevraagt", "werkmans Goedere"), wat typerend is voor de correspondentie van kleine zelfstandigen uit die periode. De brief breekt onderaan de pagina af, wat suggereert dat er een tweede blad was waarin Gokkes zijn verzoek of voorgestelde oplossing formuleerde.

Historische Context

Dit document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Uilenburgerstraat, vormde het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt aldaar was een essentieel onderdeel van het dagelijks leven en de economie van de buurt.

De namen in de brief (Gokkes, Caransa) zijn typisch Sefardisch- en Asjkenazisch-Joodse namen die veelvuldig voorkwamen in deze buurt. Hoewel de brief een alledaags administratief probleem beschrijft — het getouwtrek om de beste marktplaats — krijgt het document een zware historische lading door de wetenschap dat de Joodse bevolking van Amsterdam kort na deze datum systematisch werd uitgesloten van het economisch leven, gevolgd door deportaties.

Zulke documenten in archieven van het Marktwezen bieden een zeldzame, ongefilterde blik op de sociale dynamiek en de kleine ondernemersgeest in de Jodenbuurt vlak voordat de grote verschrikkingen van de Holocaust de gemeenschap zouden verscheuren.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3