Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven kanttekeningen. 25 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). [Handgeschreven: M. de Waal]
[Handgeschreven: Verzonden 25/10]
31/51/1 M VD/G.
25 October 1940
Gegevens inzake markt-
bezetting Uilenburg.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Ingevolge een Uwerzijds gegeven telefonische opdracht heb ik de eer U onderstaand een opgave te doen toekomen van het aantal kooplieden op de Zondagsmarkt Uilenburg, welke aldaar een vaste plaats bezetten; hierbij is aangegeven op hoeveel andere dag- en/of weekmarkten de bedoelde kooplieden bovendien vaste plaatsen bezetten; een en ander gesplitst in Joodsche en niet-Joodsche kooplieden.
Er zijn op Uilenburg uitgegeven: 336 vaste plaatsen, waarvan 288 aan Joodsche kooplieden (dat is 86%) en 48 aan niet-Joodsche kooplieden (14%).
Van deze 336 kooplieden nemen:
151 uitsluitend een vaste plaats op Uilenburg in of ± 45% (133 Joden; 18 niet-Joden)
71 een vaste plaats op Uilenburg + 1 dagmarkt in of ± 21% ( 65 " 6 " )
(in 48 gevallen is deze dagmarkt het Waterlooplein, welke in de practijk niet op Zaterdag wordt gehouden).
51 een vaste plaats op Uilenburg + 1 weekmarkt in of ± 15% ( 37 " 14 " )
39 een vaste plaats op Uilenburg + 1 dagmarkt + 1 weekmarkt in of ± 12% ( 31 " 8 " )
10 een vaste plaats op Uilenburg + 2 dagmarkten in of ± 3% ( 9 " 1 " )
8 een vaste plaats op Uilenburg + 2 dagmarkten + 1 weekmarkt in of ± 2% ( 8 " )
3 een vaste plaats op Uilenburg + 1 dagmarkt + 2 weekmarkten in of ± 1% ( 2 " 1 " )
2 een vaste plaats op Uilenburg + 2 weekmarkten in ) ( 2 " )
1 een vaste plaats op Uilenburg + 2 dagmarkten + 2 weekmarkten in ) ± 1% ( 1 Jood )
336 100% (288 Joden; 48 niet-Joden)
Bij bovenstaande becyfering is uitsluitend rekening gehouden met de op de verschillende markten uitgegeven vaste plaatsen; de losse plaatsen zijn uiteraard buiten beschouwing gebleven.
De Directeur, Dit document is een statistische rapportage van de Dienst voor het Marktwezen aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen (destijds de pro-Duitse wethouder R.A. Poll). Het document geeft een gedetailleerd overzicht van de bezetting van de zondagsmarkt op de Uilenburg, een buurt in de Amsterdamse Jodenbuurt.
De kern van de rapportage is de kwantificering van kooplieden op basis van hun afkomst ("Joodsch" versus "niet-Joodsch"). De tabel toont aan dat de markt op de Uilenburg voor het overgrote deel (86%) door Joodse handelaren werd bezet. Tevens wordt de verwevenheid met andere markten (zoals het Waterlooplein) in kaart gebracht. Het taalgebruik is zakelijk en ambtelijk, waarbij de indeling van de bevolking in categorieën op dat moment (oktober 1940) reeds volledig was genormaliseerd in de gemeentelijke administratie. Het document dateert van oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit is een cruciale periode waarin de bezetter, met hulp van de Nederlandse bureaucratie, begon met het in kaart brengen van de Joodse bevolking en hun economische posities.
De registratie van Joodse marktkramers was een directe voorbode van de anti-Joodse maatregelen die zouden volgen. In januari 1941 werden Joodse kooplieden op last van de bezetter van de reguliere markten geweerd en werden er aparte "Joodse markten" ingesteld (waaronder op de Uilenburg). Dit document diende als administratieve basis om deze latere segregatie en uiteindelijke uitsluiting van Joden uit het economische leven mogelijk te maken. Het illustreert de "bureaucratie van de vervolging": hoe schijnbaar banale statistieken over marktplaatsen werden gebruikt voor een systeem van uitsluiting.