Officieel reglement of handleiding betreffende woningbouwfinanciering en wederopbouw.
Origineel
Officieel reglement of handleiding betreffende woningbouwfinanciering en wederopbouw. [Pagina 6]
6
daarop rustende lasten en de ten hoogste te bedingen huur, zoomede in verband met de financieele positie van den eigenaar, daartoe aanleiding geven, kan incidenteel en voorzooveel noodig worden toegestaan, dat jaarlijks een geringere aflossing plaats vindt dan in art. 16 bedoeld.
Op grond van gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de exploitatie van onroerend goed in het algemeen, kan een zoodanige toestemming tot lagere jaarlijksche aflossing te allen tijde worden ingetrokken.
Art. 18. Bij verkoop van het onderpand moet in het algemeen de hypotheek ineens worden afgelost. Op voorstel van het gemeentebestuur kan echter een verzoek in overweging worden genomen om de hypotheek te stellen ten name van den kooper, zulks onder dezelfde voorwaarden en bepalingen.
Wijze van aanvragen.
Art. 19. Aanvragen om toekenning van geldleeningen onder waarborg van hypotheek worden door belanghebbenden in duplo ingediend bij het gemeentebestuur, dat, nadat de plannen en gegevens zorgvuldig zijn getoetst aan de daarvoor in aanmerking komende voorschriften, zoowel aan den Regeeringscommissaris voor den Wederopbouw als aan den Hoofdinspecteur voor de Volkshuisvesting, ten Hovestraat 49 te 's-Gravenhage, een exemplaar der aanvrage doorzendt. Bij elk exemplaar legt het gemeentebestuur over:
een stel teekeningen, een begrooting der stichtingskosten en een opgave van den grondprijs en de te bedingen huur, het laatste ook wanneer de woningen bestemd zijn voor eigen bewoning, zoomede een volledige exploitatie-begrooting.
Ingeval gebouwd wordt op erfpachtsgrond, wordt hiervan melding gemaakt, onder opgave van den erfpachtscanon en de overige erfpachtsvoorwaarden.
Art. 20. Bij de doorzending van aanvragen om toekenning van geldleeningen onder waarborg van hypotheek moeten tevens volledige gegevens worden verstrekt omtrent de op het onderpand rustende schuld, eventueel omtrent het gebruik maken van na slooping beschikbaar materiaal, de kosten van slooping en de opbrengst van afbraakmateriaal, zoomede, wanneer het een geval van voltooiing geldt, omtrent de reeds aan den bouw ten koste gelegde bedragen en de materialen, waarover belanghebbende reeds de beschikking heeft.
[Pagina 7]
7
Voor de juistheid van alle verstrekte gegevens zijn de gemeentebesturen verantwoordelijk.
Art. 21. De teekeningen van bouwplannen, waarvoor steun wordt gevraagd, moeten duidelijk en zaakkundig uitgevoerd zijn; daarop moet de aard der te gebruiken materialen aangegeven en moeten de maten ingeschreven zijn.
De inhoud van de woningen moet, gemeten als bedoeld in art. 2 en onder toevoeging der berekening daarvan, op de tekeningen worden vermeld.
De teekeningen moeten bevatten:
a. de situatie met aanduiding van de belendende bebouwing;
b. de plattegronden van alle verdiepingen met de indeeling en de bestemming der verschillende ruimten;
c. de voor-, zij- en achtergevels;
d. de lengte- en dwarsdoorsneden;
e. de balklagen met haar afmetingen;
f. de constructie van de bekapping met de afmetingen der te bezigen materialen en haar bedekking;
g. op schaal 1 : 20 de normale profielen voor buiten- en binnenmuren, van aanleg fundeering tot boven den beganen grondvloer, waaruit duidelijk blijkt de betrekkelijke afmetingen van fundeeringen, trasramen en opgaande muren, alsmede de hoogtematen van fundeeringsaanleg, omliggend terrein en aanvulling onder de vloeren, ten opzichte van den beganen grondvloer;
h. de plaatsing en inrichting der privaten en, voor het geval de woningen niet aan een drinkwaterleiding zijn aangesloten, de plaatsing der wel- of regenwaterputten.
Ingeval van herstel van door oorlogshandelingen getroffen woningen kan worden volstaan met teekeningen, c.q. een omschrijving waaruit de nieuwe toestand, en zoo mogelijk de oude, duidelijk blijkt.
Art. 22. Meent het gemeentebestuur medewerking tot het inwilligen van een verzoek om toekenning van een hypothecaire geldleening niet te moeten verleenen, dan zendt het, behoudens in gevallen van aperten strijd met de voorschriften dezer regeling, desniettemin de aanvrage, overeenkomstig het bepaalde in art. 19, door, onder vermelding van de gronden, waarop zijn weigering tot medewerking berust. Het gemeentebestuur bespoedigt de doorzending der aanvragen zooveel mogelijk. * Taal en Spelling: Het document hanteert de vooroorlogse spelling (bijv. "financieele", "jaarlijksche", "teekeningen"), wat gebruikelijk bleef in officiële stukken tot kort na de Tweede Wereldoorlog. Opvallend is dat in Art. 21 zowel "teekeningen" als "tekeningen" voorkomt.
* Bureaucratische structuur: De tekst legt een sterke nadruk op de centrale sturing. Hoewel aanvragen bij de gemeente worden ingediend, moeten deze worden doorgezonden naar rijksinstanties in Den Haag (Hovestraat 49 was destijds een adres van het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting).
* Technische eisen: Artikel 21 geeft een zeer gedetailleerd overzicht van wat een bouwplan moet bevatten, inclusief specifieke schalen (1:20 voor profielen) en aandacht voor funderingen en waterhuishouding (putten versus waterleiding).
* Flexibiliteit bij oorlogsschade: Er wordt een uitzondering gemaakt voor het herstel van oorlogsschade; hierbij mag worden volstaan met een minder gedetailleerde omschrijving als de situatie dat toelaat. Dit document stamt uit de periode van de Wederopbouw in Nederland na 1945. Vanwege de enorme verwoestingen en de daaropvolgende woningnood was de overheid genoodzaakt de woningbouw strak te reguleren en financieel te ondersteunen middels rijksgegarandeerde leningen en subsidies. De genoemde Regeeringscommissaris voor den Wederopbouw was een sleutelfiguur in dit proces. Het document fungeerde waarschijnlijk als instructie voor gemeenten om te waarborgen dat publieke middelen enkel werden toegekend aan plannen die voldeden aan strikte technische en financiële normen. De vermelding van "afbraakmateriaal" in Art. 20 is typerend voor de schaarste aan bouwmaterialen direct na de oorlog.