Gedrukte ambtelijke/juridische verordening of regeling (pagina 8 en 9).
Origineel
Gedrukte ambtelijke/juridische verordening of regeling (pagina 8 en 9). [Pagina 8]
8
Vestiging van de hypotheek; uitbetalingen.
Art. 23. Bij de toezegging van het voorschot kan worden bepaald, dat bij de vestiging van de hypotheek te zamën slechts een beperkt in overleg met belanghebbende nader vast te stellen aantal perceelen of panden zal worden verbonden. Alle kosten en rechten, aan de verleening en vestiging van de hypotheek verbonden, zijn voor rekening van den hypotheekgever. Bij het passeeren der acte wordt aan dezen het voorschot uitbetaald en gaat voor hem de rente in.
Art. 24. De definitieve schatting van de verkoopwaarde der perceelen geschiedt door drie deskundigen, waarvan één aan te wijzen door de gemeente en één door belanghebbende, terwijl deze twee gezamenlijk den derden aanwijzen. De aan de schatting verbonden kosten zijn voor rekening van den hypotheekgever.
Ingeval van herstel van door oorlogshandelingen getroffen woningen kan, zoo het onderpand niet reeds met hypotheek is bezwaard, worden afgezien van schatting der verkoopwaarde als in het eerste lid bedoeld en worden volstaan met overlegging van bewijsstukken omtrent de werkelijke kosten van herstel.
Art. 25. Het gemeentebestuur draagt er zorg voor, dat in de hypotheekacte wordt opgenomen de verklaring, dat de hypotheekgever volkomen bekend is met de „Regeling betreffende het beschikbaar stellen van voorschotten onder hypothecair verband voor middenstands- en arbeiderswoningbouw (hypotheekregeling 1940)” en dat hij zich stipt zal gedragen naar het aldaar bepaalde; zoomede, dat in bedoelde acte worden opgenomen de „voorwaarden en bepalingen” vervat in bijlage I van deze Regeling.
Indien het gemeentebestuur nog andere bepalingen in de acte wenscht te doen opnemen, geeft het daarvan kennis bij de doorzending der aanvrage.
Art. 26. Aanvragen om beschikbaarstelling van toegezegde gelden moeten intijds, doch zoo mogelijk drie weken voordat uitbetaling moet plaats vinden, door het gemeentebestuur geschieden aan het bureau van den Regeeringscommissaris voor den Wederopbouw, Carel van Bylandtlaan 30, te ’s-Gravenhage onder opgaaf van den datum waarop het geld beschikbaar moet zijn en onder overlegging van de volgende stukken:
[Pagina 9]
9
a. een afschrift van het taxatierapport, c.q. bewijsstukken omtrent de werkelijke kosten van herstel;
b. een verklaring van Burgemeester en Wethouders of van het gemeentelijk bouwtoezicht, dat de bouw is uitgevoerd overeenkomstig de bij de aanvrage behoorende en goedgekeurde bescheiden volgens de bepalingen, vervat in deze regeling, zoomede volgens die, vervat in de gemeentelijke bouwverordening, voorzoover van toepassing;
c. een verklaring van het gemeentebestuur, dat het zorg zal dragen, dat de in art. 25 bedoelde bepalingen in de hypotheekacte worden opgenomen.
Aanvragen, welke niet overeenkomstig deze bepalingen zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.
De Regeeringscommissaris voor den Wederopbouw bepaalt na ontvangst der aanvrage het definitieve bedrag van het aan de gemeente te verleenen voorschot en doet daarvan mededeeling aan het gemeentebestuur, hetwelk vervolgens aan het Bureau van den Regeeringscommissaris voor den Wederopbouw een op zegel gestelde schuldbekentenis doet toekomen volgens het aan deze regeling als bijlage II toegevoegd model. Na ontvangst van deze schuldbekentenis zal op de uitbetaling orde worden gesteld.
Art. 27. Indien de gemeente het bepaalde in art. 25 nalaat, stelt het Rijk zich niet mede aansprakelijk voor eenig verlies. Bovendien is het voorschot terstond opvorderbaar, wanneer de gemeente een of meer bepalingen dezer regeling niet of niet behoorlijk naleeft.
Aanvang en uitvoering van den bouw.
Art. 28. Met de uitvoering van het werk, c.q. de voltooiing, mag niet worden begonnen, voordat een beschikking op het verzoek om voorschot is genomen, tenzij de Hoofdinspecteur voor de Volkshuisvesting daartoe toestemming heeft verleend. Na dagteekening van bedoelde beschikking moet uiterlijk binnen drie maanden met den bouw zijn aangevangen; deze termijn kan in bijzondere gevallen worden verlengd. Van den datum, waarop met de werkzaamheden is begonnen, moet, door tusschenkomst van het gemeentebestuur, worden kennis gegeven aan den Hoofdinspecteur voor de Volkshuisvesting en aan den betrokken Inspecteur voor de Volkshuisvesting. Het werk moet met bekwamen spoed worden voltooid. Deze tekst bevat een deel van de administratieve en juridische kaders voor de financiering van de wederopbouw van woningen in Nederland tijdens of kort na de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Financieringsstructuur: Er wordt gewerkt met voorschotten van het Rijk aan gemeenten, die op hun beurt hypothecaire leningen verstrekken aan particulieren (middenstands- en arbeiderswoningen).
- Controle en Toezicht: De Regeeringscommissaris voor den Wederopbouw en de Inspectie voor de Volkshuisvesting spelen een centrale rol. Er is strikt toezicht op zowel de financiële kant (taxaties, hypotheekakten) als de technische kant (bouwvergunningen, gemeentelijk bouwtoezicht).
- Strikt Termijnbeheer: Artikel 28 stelt duidelijke eisen aan de aanvang van de bouw (binnen drie maanden na beschikking) om stagnatie in het herstel van de woningvoorraad te voorkomen.
- Risicobeheer: Het Rijk dekt zich in tegen nalatigheid van gemeenten (Art. 27). Als een gemeente de regels niet volgt, vervalt de Rijksgarantie en is het voorschot direct opeisbaar. Het document moet geplaatst worden in de context van de Wederopbouw. Direct na de verwoestingen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (o.a. het bombardement op Rotterdam in mei 1940) stelde de bezetter de functie van Regeeringscommissaris voor den Wederopbouw in. De genoemde "Hypotheekregeling 1940" was een van de eerste instrumenten om het herstel van de woningbouw te reguleren en te financieren.
Opvallend is de continuïteit van de bureaucratie; hoewel de regeling onder de bezettingsjaren tot stand kwam of werd uitgevoerd, bleven veel van deze administratieve structuren ook na de bevrijding in 1945 nog geruime tijd de basis vormen voor de massale wederopbouwinspanningen van Nederland. De Carel van Bylandtlaan 30 in Den Haag was gedurende deze periode het centrale adres voor de rijksdienst die belast was met de coördinatie van deze enorme operatie.