Getypte rapportpagina (pagina 6).
Origineel
Getypte rapportpagina (pagina 6). -6-
geval moet beschikken kan, op grond van met
bovenstaande overeenkomstige berekening worden
getaxeerd resp. in de gevallen a, b en c als
volgt:
a. Aandeel stichting f 1.000,-
Woning etc. f 5.000,-
Inrichting, bedryfsmiddelen,
enz. f 4.000,-
----------
f 10.000,-
==========
b. Aandeel stichting f 1.000,-
Woning etc. na aftrek
f 2.000,- hypotheek f 3.000,-
Inrichting, bedryfsmiddelen,
na aftrek f 1500,- crediet f 2.500,-
----------
f 6.500,-
==========
c. Aandeel stichting f 1.000,-
Bedryfsmiddelen na aftrek
f 1500,- crediet f 2.500,-
----------
f 3.500,-
==========
Volgens dit globale schema loopen de be-
noodigde middelen voor het inrichten van een
tuinbouwbedryf van f 3500,- (voor 1 H.A.) tot
f 17.000,- (voor 2 H.A.).
Voor zoover huurders reeds ramen, vaartui-
gen, enz. van hun vroeger bedryf in bezit heb-
ben, wordt de benoodigde kapitaalsom uiteraard
lager.
De volgende vraagpunten doen zich voor:
a. Hoe moet verhouding Gemeente tegenover
"Stichting" worden geregeld met het oog
op het nakomen van de verplichtingen, ont-
staan uit de transacties verkoop en hypo-
theekverleening;
b. Hoe moet verhouding "Stichting" tegen- * Financiële structuur: Het document schestst drie scenario's (a, b en c) voor de waardering van een bedrijfsaandeel. Er wordt onderscheid gemaakt tussen eigen vermogen (aandeel stichting), de waarde van de woning en de bedrijfsmiddelen, waarbij in scenario b en c rekening wordt gehouden met schulden (hypotheek en crediet).
* Terminologie: Het gebruik van de gulden (f), de eenheid H.A. (hectare) en termen als "ramen" (kweekramen) en "vaartuigen" duidt op de tuinbouwsector.
* Bestuurlijk: Er is sprake van een driehoeksverhouding tussen de Gemeente, een "Stichting" en de individuele ondernemers (huurders/kopers). De kernvraag op deze pagina is hoe de juridische en financiële verantwoordelijkheid tussen gemeente en stichting moet worden vastgelegd.
* Datering: De spelling ("bedryf" met een y, "zoover", "loopen") wijst op een document van vóór de spellinghervorming van 1947, waarschijnlijk uit de jaren '30 of vroege jaren '40. Dit document lijkt deel uit te maken van een beleidsplan of een adviesrapport voor de vestiging van tuinbouwers, mogelijk in het kader van landaanwinning (zoals de Wieringermeerpolder of de Noordoostpolder) of een herverkavelingsproject. In dergelijke projecten fungeerde vaak een stichting als intermediair om de financiële risico's voor de overheid te beperken en de kolonisten of pachters te begeleiden. De vermelding van "vaartuigen" suggereert een waterrijk tuinbouwgebied, zoals de regio rond Aalsmeer of het Westland, waar vervoer over water destijds essentieel was.