Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 368
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte rapportpagina (pagina 7).

Ongedateerd, maar op basis van de spelling (vóór de hervorming van 1947) te dateren in de periode ca. 1920-1945.

Origineel

Getypte rapportpagina (pagina 7). Ongedateerd, maar op basis van de spelling (vóór de hervorming van 1947) te dateren in de periode ca. 1920-1945. -7-

huurders geregeld worden, mede met het oog
op de door laatstgenoemden op den grond te
stichten woning c.s. en te maken installa-
ties.
c. Hoe moet de verhouding tusschen credietge-
vers (hypotheek op woning, bedryfscrediet),
huurders en "stichting" worden geregeld met
oog op nakoming verplichtingen huurders-
credietnemers tegenover credietgevers.
d. Is het - met het oog op vorenvermelde ver-
houdingen - gewenscht en mogelyk de "stich-
ting" tevens als crediet verstrekkend li-
chaam te doen optreden, dan wel is een af-
zonderlyk crediet-verstrekkend lichaam ge-
wenscht.
e. Op welke wyze moet crediet-verstrekking
worden georganiseerd.
f. Voor zoover credietverstrekking op andere
dan zuiver zakelyke gronden gewenscht zou
zyn (namelyk om, overeenkomstig den oor-
spronkelyken opzet-Dinkgreve, jonge tuinders
met zeer geringe eigen middelen in staat te
stellen een eigen bedryf op te zetten, zoodat
eventueel ook de deelname in het kapitaal
der "stichting" zou moeten worden gefinan-
cieerd) op welke wyze zou deze dan moeten
worden georganiseerd.

By het gereed maken van de complexen zul-
len verschillende onderdeelen in eens moeten
worden uitgevoerd, zooals aanleg hoofdwegen)
en hoofdvaart(en) met bykomende werken als
bruggen enz. Verkaveling met eventueel het
graven van sloten, en wellicht het aanbrengen
van eenvoudige beschoeiing, zouden succes- Deze pagina bevat een reeks beleidsvragen (punten c t/m f) over de financiële structuur van een nieuw op te richten tuinbouwcomplex. De tekst onderzoekt de juridische driehoeksverhouding tussen de "stichting" (de overkoepelende organisatie), de huurders (de tuinders) en de kredietverstrekkers.

De kern van het vraagstuk is sociaal-economisch: hoe kan men "jonge tuinders" met "zeer geringe eigen middelen" helpen een eigen bedrijf te starten? Men overweegt hiervoor af te wijken van puur zakelijke kredietvoorwaarden. Daarnaast wordt de noodzakelijke fysieke infrastructuur genoemd die collectief moet worden aangelegd, zoals wegen, vaarten en bruggen. De tekst verwijst naar de "opzet-Dinkgreve". Bernardus Dinkgreve was een invloedrijke figuur in de vroege 20e eeuw die zich bezighield met landhervorming en de vestiging van kleine boeren op ontgonnen gronden. Zijn ideeën waren vaak gebaseerd op een vorm van "sociale kolonisatie", waarbij de overheid of stichtingen hielpen bij de inrichting van bedrijven voor mensen die zelf geen kapitaal hadden.

Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de voorbereidingsfase van een specifiek ontginningsproject of een tuinbouwgebied (zoals in de Wieringermeer of een andere polder), waarbij gezocht werd naar een balans tussen economische levensvatbaarheid en sociale verheffing. De spelling (bijv. 'crediet', 'bedryf', 'mogelyk') is consistent met de officiële spelling-De Vries en Te Winkel die tot 1947 in gebruik was.

Samenvatting

Deze pagina bevat een reeks beleidsvragen (punten c t/m f) over de financiële structuur van een nieuw op te richten tuinbouwcomplex. De tekst onderzoekt de juridische driehoeksverhouding tussen de "stichting" (de overkoepelende organisatie), de huurders (de tuinders) en de kredietverstrekkers.

De kern van het vraagstuk is sociaal-economisch: hoe kan men "jonge tuinders" met "zeer geringe eigen middelen" helpen een eigen bedrijf te starten? Men overweegt hiervoor af te wijken van puur zakelijke kredietvoorwaarden. Daarnaast wordt de noodzakelijke fysieke infrastructuur genoemd die collectief moet worden aangelegd, zoals wegen, vaarten en bruggen.

Historische Context

De tekst verwijst naar de "opzet-Dinkgreve". Bernardus Dinkgreve was een invloedrijke figuur in de vroege 20e eeuw die zich bezighield met landhervorming en de vestiging van kleine boeren op ontgonnen gronden. Zijn ideeën waren vaak gebaseerd op een vorm van "sociale kolonisatie", waarbij de overheid of stichtingen hielpen bij de inrichting van bedrijven voor mensen die zelf geen kapitaal hadden.

Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de voorbereidingsfase van een specifiek ontginningsproject of een tuinbouwgebied (zoals in de Wieringermeer of een andere polder), waarbij gezocht werd naar een balans tussen economische levensvatbaarheid en sociale verheffing. De spelling (bijv. 'crediet', 'bedryf', 'mogelyk') is consistent met de officiële spelling-De Vries en Te Winkel die tot 1947 in gebruik was.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →