Handgeschreven memo of intern rapport betreffende belastingheffing.
Origineel
Handgeschreven memo of intern rapport betreffende belastingheffing. Bevat gegevens uit 1930, maart 1938 en mei 1939. Het van handelaars te heffen ~~stadsrecht~~ registratie-
recht is onevenredig hoog ten ~~aanzien~~ opzichte van
de besommingen.
Bijna alle besommingen blijven onder de f 100.-
Besommingen van enkele guldens zelfs van
f 0.75 en f 0.45 komen voor, dat zijn "dag-besommingen".
Door het ~~minimum~~ te heffen registratierecht
f 0.50 + 20 opcenten = f 0.60 bedraagt zal
het registratierecht de besomming in enkele
gevallen overtreffen.
Genomen werd een willekeurige maand in
1930.
In Maart 1938 werd door handelaars
verkocht op den afslag voor f 9.960.32
290 posten waren onder de f 100.-
hiervoor zou betaald moeten worden
290 x f 0.60 f 174.00
25 posten waren hooger dan f 100.-
hiervoor zou [onleesbaar/doorgehaald] 21.30 betaald moeten worden
Op een totaal van f 9960.32 komen dus f 174.00
plus f 21.30
is f 200.19.
registratie rechten. Dat is ruim 2%. gem. (in bep. gevallen tot
boven de 100%).
In mei 1939 werd door handelaren
op den afslag verkocht f 11.442.61
270 posten waren onder de f 100.-
33 " " boven de f 100.-
De registratierechten over deze maand zouden
bedragen 270 x f 0.60 + f 31.44 f 193.44.
(= f 162.-)
of bijna 1,7%. (in de meeste gevallen hooger, varieerend
tot over de 100% dus).
Betalingen van gem. 2% maken den afslag onmogelijk,
laat staan betalingen van 10, 20, 30 % & hooger tot over de 100%. De tekst is een ambtelijk of zakelijk betoog tegen de huidige structuur van het registratierecht dat geheven wordt op de omzet ("besommingen") van handelaren bij een afslag (veiling). De schrijver voert aan dat het recht onevenredig zwaar drukt op kleine transacties.
De kern van het argument is dat er een minimumtarief geldt van f 0,60 (f 0,50 basis plus f 0,10 opcenten). Omdat veel dagelijkse verkopen erg klein zijn (soms zelfs minder dan f 0,60), stijgt de effectieve belastingdruk in die gevallen tot boven de 100%. De auteur berekent voor twee specifieke maanden (maart 1938 en mei 1939) dat de gemiddelde belastingdruk tussen de 1,7% en 2% ligt, wat volgens de schrijver de economische levensvatbaarheid van de afslag bedreigt. Dit document stamt uit de late jaren '30 in Nederland. Het geeft inzicht in de lokale of regionale belastingdruk op de handel in die tijd. De term "afslag" duidt op een veiling bij afslag (zoals bij vis of groente). Het document is waarschijnlijk opgesteld als onderdeel van een bezwaarschrift of een intern advies om de belastingregels aan te passen, aangezien een vlaktaks (of een minimumtarief) de kleinste handelaren onevenredig hard raakt. Opvallend is de rekenfout in de eerste berekening (174.00 + 21.30 wordt getotaliseerd als 200.19 in plaats van 195.30), wat suggereert dat het een kladversie of een snel opgesteld memorandum betreft.