Archief 745
Inventaris 745-332
Pagina 186
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

19 juni 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Aan: De Directeur van het Gemeente Energiebedrijf (GEB), Amsterdam.

Origineel

19 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). De Directeur van het Gemeente Energiebedrijf (GEB), Amsterdam. Extra

J/DV.
48/20/2 M.

19 Juni 1940.

den Heer Directeur van het
Gemeente Energiebedrijf,
Tesselschadestraat 1,
Amsterdam-West.
Wijk 21.

In antwoord op Uw brief d.d. 13 Juni jl. Afd.KO/Kr., deel ik U het volgende mede:
Van de 75 ton nootjes, toegezegd in Uw brief d.d. 25 April jl. zijn nog in bestelling 25 ton. (Bestelbiljet 1047 aan het Gemeente-Magazijn).

Indien deze 25 ton nog worden geleverd, heeft de Centrale Markt in de door U genoemde periode 1/6/'40-30/9/'40 geen kolen meer noodig.

De Directeur, Deze brief is een zakelijke correspondentie tussen twee Amsterdamse gemeentelijke instanties: de Centrale Markt en het Gemeente Energiebedrijf (GEB). De kern van de brief is de afstemming over de brandstofvoorraad. De afzender bevestigt dat er van een eerdere toezegging van 75 ton "nootjes" (een type steenkool) nog 25 ton geleverd moet worden. Wanneer deze restpartij binnenkomt, is de Centrale Markt voor de periode van juni tot en met september 1940 voorzien van voldoende kolen.

De toon is strikt zakelijk en administratief, wat blijkt uit de verwijzingen naar specifieke briefdata en een bestelbiljetnummer. De datum van de brief, 19 juni 1940, is saillant: dit is slechts vijf weken na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel de bezetting nog in de beginfase verkeerde, was de beheersing van schaarse middelen zoals brandstof direct van groot belang voor het draaiende houden van de stad.

De Centrale Markt (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedseldistributie in Amsterdam. Het Gemeente Energiebedrijf was verantwoordelijk voor de energievoorziening. Deze brief illustreert de logistieke coördinatie tussen vitale diensten in een tijd waarin de normale economie begon over te gaan in een distributie- en bezettingseconomie. "Nootjes" verwijst naar een specifieke gradering van antraciet of kolen, die destijds veelvuldig werden gebruikt voor verwarming en industriële processen.

Samenvatting

Deze brief is een zakelijke correspondentie tussen twee Amsterdamse gemeentelijke instanties: de Centrale Markt en het Gemeente Energiebedrijf (GEB). De kern van de brief is de afstemming over de brandstofvoorraad. De afzender bevestigt dat er van een eerdere toezegging van 75 ton "nootjes" (een type steenkool) nog 25 ton geleverd moet worden. Wanneer deze restpartij binnenkomt, is de Centrale Markt voor de periode van juni tot en met september 1940 voorzien van voldoende kolen.

De toon is strikt zakelijk en administratief, wat blijkt uit de verwijzingen naar specifieke briefdata en een bestelbiljetnummer.

Historische Context

De datum van de brief, 19 juni 1940, is saillant: dit is slechts vijf weken na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Hoewel de bezetting nog in de beginfase verkeerde, was de beheersing van schaarse middelen zoals brandstof direct van groot belang voor het draaiende houden van de stad.

De Centrale Markt (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedseldistributie in Amsterdam. Het Gemeente Energiebedrijf was verantwoordelijk voor de energievoorziening. Deze brief illustreert de logistieke coördinatie tussen vitale diensten in een tijd waarin de normale economie begon over te gaan in een distributie- en bezettingseconomie. "Nootjes" verwijst naar een specifieke gradering van antraciet of kolen, die destijds veelvuldig werden gebruikt voor verwarming en industriële processen.