Archief 745
Inventaris 745-332
Pagina 209
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / Briefklad op voorgedrukt formulier.

20 juli 1940 (stempel doorgezonden) en 23 juli 1940 (handgeschreven bijschrift).

Origineel

Ambtelijke notitie / Briefklad op voorgedrukt formulier. 20 juli 1940 (stempel doorgezonden) en 23 juli 1940 (handgeschreven bijschrift). B I J B L A D V A N :
M. No. 48/24/4 1940
DOORGEZONDEN: 20/7

Hr. Sixma
Adres s.v.p.
23-7-'40
[Paraaf]

Tot nog toe ons koelhuis niet
gevorderd voor mariniers en opslag van
varkens.
Rijksinkoop Centrale, welke belast is
met de doelmatige verdeeling der in Nederland
aanwezige koelhuisruimte, heeft, in verband met
dien taak, voorgeschreven dat, behoudens hun
toestemming, van één gegadigde niet meer dan
150 kg goederen mag worden opgeslagen. Ingevolge
door ons bij de bespreking naar voren gebrachte
bezwaren is ons voorhands algeheele dispensatie
van deze koelhuisbepaling verleend.
Het is niet waarschijnlijk dat ons koelhuis
voor bovenbedoelde opslag zal worden gevorderd.
Van de koelruimte in ons koelhuis is nl.
slechts 2% ingericht voor vriezen. Om dit
koelhuis tot vrieshuis in te richten, zou een
kostbare wijziging van de installatie noodig zijn,
welke * Inhoud: De tekst rapporteert dat een specifiek koelhuis vooralsnog niet is gevorderd voor militaire doeleinden (mariniers) of de centrale opslag van varkens. Er wordt verwezen naar strikte regels van de "Rijksinkoop Centrale" die de opslag beperken tot 150 kg per klant, maar het betreffende bedrijf heeft hiervoor een ontheffing (dispensatie) gekregen.
* Argumentatie: De schrijver betoogt dat het onwaarschijnlijk is dat het koelhuis alsnog volledig gevorderd zal worden voor grootschalige vleesopslag. De reden hiervoor is technisch: slechts 2% van de capaciteit is geschikt voor invriezen. Een ombouw naar een volwaardig vrieshuis zou te kostbaar zijn.
* Toestand: Het handschrift is een vlot zakelijk cursief uit de eerste helft van de 20e eeuw, goed leesbaar op een licht verkleurde ondergrond. Dit document stamt uit juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. In deze periode begon de bezetter, vaak via Nederlandse overheidsorganen zoals de Rijksinkoop Centrale of Rijksbureaus, de controle over de voedselvoorziening en distributieketen over te nemen.

De "vordering" van koelhuizen was essentieel om strategische voedselvoorraden (zoals varkensvlees) te beheren voor zowel de eigen bevolking als voor de behoeften van de Wehrmacht. De genoemde beperking van 150 kg per gegadigde was een vroege vorm van rantsoenering en voorraadbeheer om hamsteren of ongecontroleerde handel door particulieren en bedrijven tegen te gaan. De technische discussie over het verschil tussen een 'koelhuis' (voor koelen boven nul) en een 'vrieshuis' (voor langdurige opslag van vlees onder nul) was in dit kader een doorslaggevend argument om onder vorderingen uit te komen.

Samenvatting

  • Inhoud: De tekst rapporteert dat een specifiek koelhuis vooralsnog niet is gevorderd voor militaire doeleinden (mariniers) of de centrale opslag van varkens. Er wordt verwezen naar strikte regels van de "Rijksinkoop Centrale" die de opslag beperken tot 150 kg per klant, maar het betreffende bedrijf heeft hiervoor een ontheffing (dispensatie) gekregen.
  • Argumentatie: De schrijver betoogt dat het onwaarschijnlijk is dat het koelhuis alsnog volledig gevorderd zal worden voor grootschalige vleesopslag. De reden hiervoor is technisch: slechts 2% van de capaciteit is geschikt voor invriezen. Een ombouw naar een volwaardig vrieshuis zou te kostbaar zijn.
  • Toestand: Het handschrift is een vlot zakelijk cursief uit de eerste helft van de 20e eeuw, goed leesbaar op een licht verkleurde ondergrond.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. In deze periode begon de bezetter, vaak via Nederlandse overheidsorganen zoals de Rijksinkoop Centrale of Rijksbureaus, de controle over de voedselvoorziening en distributieketen over te nemen.

De "vordering" van koelhuizen was essentieel om strategische voedselvoorraden (zoals varkensvlees) te beheren voor zowel de eigen bevolking als voor de behoeften van de Wehrmacht. De genoemde beperking van 150 kg per gegadigde was een vroege vorm van rantsoenering en voorraadbeheer om hamsteren of ongecontroleerde handel door particulieren en bedrijven tegen te gaan. De technische discussie over het verschil tussen een 'koelhuis' (voor koelen boven nul) en een 'vrieshuis' (voor langdurige opslag van vlees onder nul) was in dit kader een doorslaggevend argument om onder vorderingen uit te komen.