Officieel ambtelijk schrijven / Adviesbrief.
Origineel
Officieel ambtelijk schrijven / Adviesbrief. 26 juli 1940. (De spelling en interpunctie uit het origineel zijn exact overgenomen, inclusief de toenmalige spelling met 'y' en 'vleesch'.)
[Linksboven:]
48/24/5 M
1
[Handgeschreven:] Verzonden 27/7
[Rechtsboven:]
[Paraaf/Naam]
vP/G.
26 Juli 1940.
Voorstel van Ir.H.H.W.van Eyk
inzake inrichting koelhuis
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 19 dezer om advies ontvangen stuk heb ik de eer U te berichten, dat tot nu toe het koelhuis op de Centrale Markt door de Nederlandsche Veehouderij-Centrale niet is gevorderd voor het invriezen van vleesch. De voornoemde Centrale is belast met de doelmatige verdeeling van de in Nederland aanwezige koelhuisruimte. Zy heeft, in verband daarmede, voorgeschreven, dat in het algemeen voor één gegadigde niet meer dan 100 kg goederen mag worden opgeslagen. In uitzondering daarop heeft zy echter aan myn dienst algeheele dispensatie van dit voorschrift verleend, zoodat daarin, evenals voorheen, onbeperkt partyen fruit kunnen worden opgeslagen.
Het is niet waarschynlyk, dat het koelhuis op de Centrale Markt ooit voor den opslag van vleesch zal worden gevorderd. Van de ruimte in het koelhuis is namelyk slechts 2% ingericht voor vriezen; een zeer kostbare wyziging van de installatie zou noodig zyn, indien men de vriesruimte zou willen uitbreiden. Tenzy men het koelhuis permanent van bestemming zou willen doen veranderen en het tot een vleeschvrieshuis maken, zou een dergelyke wyziging nimmer rendabel kunnen zyn. Bovendien is geruime tyd noodig, alvorens de wyziging kan worden aangebracht.
Hierby komt nog, dat in het aanstaande winterseizoen groote vraag naar koelhuisruimte voor den opslag van fruit - in het byzonder van appelen - is te verwachten. Reeds in de vorige seizoenen heeft het koelhuis op de Centrale Markt niet aan alle aanvragen om koelhuisruimte kunnen voldoen.
Mocht, ondanks dit alles, toch de inrichting van het koelhuis tot vrieshuis voor varkens worden geeischt, dan zal het project daarvoor door de afdeeling Werktuigen van den Dienst der Publieke Werken moeten worden gemaakt. Dit werd dezerzyds bereids aan Ir.Van Eyk op 11 Juli jl. bericht, in antwoord op een overeenkomstig voorstel, dat hy aan my richtte. Zou de afdeeling Werktuigen eventueel toepassing van [tekst breekt af aan onderkant pagina] In deze brief adviseert een onbekende functionaris (waarschijnlijk het hoofd van de betreffende marktdienst) de wethouder negatief over het voorstel van ingenieur Van Eyk. Het plan was om het koelhuis van de Centrale Markt om te bouwen zodat er grote hoeveelheden varkensvlees ingevroren konden worden.
De belangrijkste argumenten tegen dit voorstel zijn:
1. Regelgeving en Prioriteit: De Nederlandsche Veehouderij-Centrale (NVC) heeft het gebouw niet aangewezen voor vlees. Sterker nog, de Centrale Markt heeft een uitzonderingspositie gekregen om onbeperkt fruit (appels) te mogen blijven opslaan, terwijl voor andere producten een limiet van 100 kg per klant geldt.
2. Technische ongeschiktheid: Slechts 2% van de huidige capaciteit is geschikt voor vriezen. De rest is bedoeld voor koelen. Een ombouw is technisch complex, duur en tijdrovend.
3. Economische onhaalbaarheid: De investering zou alleen uit kunnen bij een permanente bestemmingswijziging, wat niet wenselijk wordt geacht.
4. Schaarste: Er wordt een grote oogst aan appels verwacht voor de komende winter. De koelruimte is hiervoor essentieel en was in het verleden al ontoereikend. Het document stamt uit juli 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode een kritieke zaak die centraal werd aangestuurd via crisisorganisaties zoals de Nederlandsche Veehouderij-Centrale.
De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center-locatie) speelde een sleutelrol in de distributie van versproducten naar de stad. De discussie weerspiegelt de spanning tussen verschillende belangen in de voedselketen: de noodzaak om vleesvoorraden (voor de export of voor tijden van schaarste) langdurig bevroren te kunnen bewaren versus de directe noodzaak om de fruitoogst van de Nederlandse boeren te kunnen koelen voor binnenlandse consumptie. Het document toont ook aan dat ambtelijke diensten in de zomer van 1940 nog grotendeels via de bestaande technische en economische kaders functioneerden. Publieke Werken