Typschrift (doorslag/kopie) van een officiële brief.
Origineel
Typschrift (doorslag/kopie) van een officiële brief. 29 april 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven]: K. Kerklingh.
vP/DV.
53/13/4 M.
1
29 April 1940.
Mevr. Wed. J. van den Hoed,
Hoofddorpplein 27 III,
Amsterdam-Z.
Wijk 26B.
Hiermede bericht ik U, dat Burgemeester en Wethouders, U, overeenkomstig Uw verzoek, teruggave hebben verleend van door wijlen Uw echtgenoot betaald entréegeld voor de Centrale Markt tot een bedrag van f 7,75. Tegen overlegging van bijgaande quitantie, die door U voor voldaan moet zijn geteekend, kunt U bij den kassier te mijnen kantore, Jan van Galenstraat 14, over vorenvermeld bedrag beschikken.
De Directeur, De brief betreft een administratieve afhandeling van een terugbetaling. De geadresseerde is een weduwe (Mevr. Wed. J. van den Hoed) die een verzoek had ingediend voor de restitutie van het entreegeld dat haar overleden echtgenoot had betaald voor de Centrale Markt.
Het College van Burgemeester en Wethouders heeft dit verzoek ingewilligd voor een bedrag van 7,75 gulden. Om dit bedrag te ontvangen, dient de weduwe een bijgevoegde kwitantie te ondertekenen en deze te presenteren bij de kassier van het kantoor aan de Jan van Galenstraat 14.
De taal is formeel ambtelijk Nederlands ("Hiermede bericht ik U", "teruggave hebben verleend", "bij den kassier te mijnen kantore"). De handgeschreven naam rechtsboven, "K. Kerklingh", verwijst mogelijk naar de behandelend ambtenaar of de directeur zelf. Het document is gedateerd op 29 april 1940, slechts elf dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het geeft een inkijkje in de normale dagelijkse gang van zaken van het Amsterdamse stadsbestuur vlak voor het uitbreken van de oorlog.
De locatie Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam is het adres van de Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), die in 1934 werden geopend. De "Centrale Markt" was de plek waar de groothandel in levensmiddelen voor de stad geconcentreerd was. Het betalen van 'entreegeld' wijst erop dat de echtgenoot van de geadresseerde waarschijnlijk een handelaar of inkoper was die toegang had tot het marktterrein. Het bedrag van f 7,75 was in die tijd een aanzienlijk bedrag voor een particulier (vergelijkbaar met ongeveer 75 tot 80 euro nu). K. Kerklingh Z.