Brief (doorslag of archiefkopie van een getypt schrijven).
Origineel
Brief (doorslag of archiefkopie van een getypt schrijven). 12 juli 1940. Onbekend (waarschijnlijk een ambtelijke of sociale instantie), bovenin handgeschreven gemarkeerd als "Verzonden". den Heer Dr. M. de Hartogh, Linnaeusstraat 79a, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven aantekening bovenaan:]
Verzonden [onleesbare initialen]
[Getypte tekst:]
den Heer Dr.M.de Hartogh,
Linnaeusstraat 79a,
Amsterdam-Oost.
Wyk 18.
53/26/4 M 1 12 Juli 1940.
Weledelzeergeleerde Heer,
Naar aanleiding van Uw kaart van 2 dezer, deel ik
U, onder overlegging van een afschrift van myn desbetreffend
schryven aan Uwen protégé Kooy, mede, dat het my tot myn spyt
voorshands niet mogelyk is hem aan loonend werk te helpen.
Hoogachtend, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek om arbeidsbemiddeling. Dr. M. de Hartogh had middels een kaart (briefkaart) op 2 juli 1940 gevraagd om hulp voor zijn "protégé", een zekere heer Kooy. De afzender laat weten dat het momenteel niet mogelijk is om Kooy aan "loonend werk" (betaald werk) te helpen. Een kopie van het directe schrijven aan Kooy is als bijlage meegestuurd aan de dokter.
* Vorm: Het betreft een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archief van de verzendende instantie. De titulatuur "Weledelzeergeleerde Heer" is de correcte aanspreekvorm voor een gepromoveerd medicus of jurist.
* Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de spelling waarbij de 'ij' als 'y' wordt getypt (myn, spyt, mogelyk), wat destijds gebruikelijk was op veel schrijfmachines of als bewuste spellingskeuze. * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 12 juli 1940, twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De arbeidsmarkt stond in deze periode onder grote druk en de eerste anti-Joodse maatregelen begonnen vorm te krijgen.
* Personen: De ontvanger, Dr. Maurits de Hartogh (1881-1942), was een Joodse arts in Amsterdam-Oost. Hij was maatschappelijk zeer betrokken. Het feit dat hij probeerde werk te vinden voor een "protégé" past in het beeld van de Joodse gemeenschap die elkaar probeerde te steunen in de onzekere eerste maanden van de bezetting.
* Historische betekenis: Documenten als deze tonen de bureaucratische realiteit van de vroege bezettingsjaren. Dr. De Hartogh werd later, in 1942, gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit document is een klein fragment uit de sociale hulpverlening die in de beginperiode van de oorlog nog via de reguliere of semi-officiële weg probeerde te functioneren. M. de Hartogh