Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 12 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen Amsterdam). [Handgeschreven:] Verzonden w/7
[Getypt:]
den Heer L. Kooy,
Pontanusstraat 18 III,
Amsterdam-Oost.
Wyk 18.
53/26/3 M
12 Juli 1940.
Naar aanleiding van Uw brief van 28 Mei jl. en de daarop gevolgde mondelinge besprekingen met my, moet ik U tot myn spyt meedeelen, dat een uitbreiding van het aantal overkruiers op de Centrale Markt thans niet mogelyk is. Zoolang er nog benzine is, bestaat er nog geen behoefte aan een nieuwe organisatie van de expeditie van goederen van de Centrale Markt, zoodat er voorshands geen mogelykheid bestaat om U op de Centrale Markt aan loonend werk te helpen.
De Directeur, Deze brief is een afwijzing op een verzoek om werk. De heer L. Kooy had blijkbaar verzocht om aangesteld te worden als 'overkruier' op de Centrale Markt in Amsterdam. Een overkruier was een transportarbeider die goederen (vaak groenten en fruit) verplaatste met behulp van een handkar (de overkruiwagen).
De directeur beargumenteert de afwijzing door te wijzen op de huidige logistieke situatie: zolang er nog voldoende benzine beschikbaar is voor gemotoriseerd transport, is er geen noodzaak om het systeem van handmatig transport (de overkruiers) uit te breiden. De brief hanteert een formele, zakelijke toon die kenmerkend is voor de gemeentelijke correspondentie uit die tijd. De datum van de brief, 12 juli 1940, is saillant. Nederland was op dat moment slechts twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De brief weerspiegelt de beginfase van de bezetting, waarin de schaarste aan brandstoffen (benzine) al werd voorzien, maar blijkbaar nog niet zo nijpend was dat het leidde tot een grootschalige terugkeer naar handmatig transport op de markt.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. In tijden van crisis en werkloosheid zochten veel Amsterdammers hier naar (zwaar) fysiek werk. De verwijzing naar "loonend werk" suggereert dat de heer Kooy mogelijk werkloos was of door de oorlogsomstandigheden zijn inkomen was kwijtgeraakt en hoopte op een inkomen via de markt. De speling van het lot is dat later in de oorlog, toen de benzine daadwerkelijk opraakte, de roep om handkracht en paard-en-wagen juist enorm zou toenemen. L. Kooy