Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 79
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Dossier: 18/8/2

Origineel

-2-

ventersberoep uitoefende of regelmatig vaste klanten bediende.
Op grond van deze nadere gegevens is spreker van meening, dat
het verzoek van Spijkerman afgewezen dient te worden.
De heer Neeter onderschrijft de opvatting van den Voorzitter. Indien de koop-
lieden uit de wijk Noord, Spijkerman niet als zelfstandig koopman
hebben gekend, kan zeker aangenomen worden, dat hij niet als
venter is te beschouwen.
Ook de overige leden sluiten zich bij de meening van den
Voorzitter aan, zoodat eenstemmig wordt besloten op het verzoek
van Spijkerman afwijzend te adviseeren.

Vervolgens stelt de Voorzitter het verzoek van A. Pach aan
de orde, eveneens behandeld in de 75ste vergadering.
De Voorzitter deelt mede van het lid Presser schriftelijk de gevraagde gegevens
inzake A. Pach te hebben ontvangen. De brief van den heer Presser
luidt:
No. 18/8/2 M. 1940 AFSCHRIFT.
ALGEMENE VENTERS MARKT EN STANDPLAATSHOUDERSBOND IN NEDERLAND.
Gevestigd te Amsterdam Tugelaweg 32 Tel. 54997


Aan den Heer Voorzitter
der Permanente Commissie van Advies
inzake ventvergunningen te Amsterdam

Weled. Heer,
Naar aanleiding van het onderzoek mij door Uwe Commissie
opgedragen omtrent den heer Aäron Pach, wonende Vrolikstraat 74,
heb ik de eer U het volgende te berichten.
Het is juist, dat deze man een korten tijd lid was van
onze organisatie, doch dit zegt niets, aangezien venters, die in A-
sterdam wonen doch elders hun bedrijf uitoefenen ook lid kunnen
zijn van onze organisatie.
Van meer belang is, dat ik deze man een aantal jaren in het
lompenventersbedrijf werkzaam zag als bonafide venter. Zijn
lompen leverde hij af bij een der opkopers op het Waterlooplein.
Ik heb getracht te weten te komen of hij ook nog in 1933
in Amsterdam heeft gevent, doch hierin ben ik niet geslaagd. Mijn
gegevens gaan niet verder dan c.c. Mei-Juni 1932.
Ook nu vent hij weer om lompen. Hopende hiermede aan Uw
verzoek te hebben voldaan.
Hoogachtend,
w.g. S. Presser
Lid Uwer Commissie

Amsterdam, 11 Maart 1940. Dit document is een verslag van de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen te Amsterdam". Het document toont de ambtelijke afhandeling van aanvragen voor het mogen uitoefenen van straathandel (venten).
1. Spijkerman: Zijn aanvraag wordt afgewezen omdat er geen bewijs is dat hij een gevestigde praktijk had in Amsterdam-Noord.
2. Aäron Pach: Deze aanvraag is in onderzoek. Commissielid S. Presser, die tevens verbonden is aan de vakbond voor venters, getuigt dat Pach een "bonafide" lompenventer is die zijn waar op het Waterlooplein afleverde. Er is echter een hiaat in de bewijsvoering voor het jaar 1933.

De tekst weerspiegelt de strenge regulering van de kleine middenstand en straathandel in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De datum 11 maart 1940 plaatst dit document slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde namen (Pach, Presser) en locaties (Vrolikstraat, Waterlooplein) duiden op een sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap binnen de Amsterdamse lompenhandel en straatverkoop.

In deze periode was een ventvergunning essentieel voor het legale levensonderhoud van velen die buiten het reguliere winkelsysteem werkten. De Algemene Venters Markt en Standplaatshoudersbond fungeerde als een belangenorganisatie die tevens optrad als bron van informatie voor de gemeente bij het toetsen van de legitimiteit van aanvragers. Kort na dit document zouden de bezettingsmaatregelen de bewegingsvrijheid en economische positie van Joodse venters volledig vernietigen. A. Pach Neeter onderschrijft (De heer) S. Presser

Samenvatting

Dit document is een verslag van de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen te Amsterdam". Het document toont de ambtelijke afhandeling van aanvragen voor het mogen uitoefenen van straathandel (venten).
1. Spijkerman: Zijn aanvraag wordt afgewezen omdat er geen bewijs is dat hij een gevestigde praktijk had in Amsterdam-Noord.
2. Aäron Pach: Deze aanvraag is in onderzoek. Commissielid S. Presser, die tevens verbonden is aan de vakbond voor venters, getuigt dat Pach een "bonafide" lompenventer is die zijn waar op het Waterlooplein afleverde. Er is echter een hiaat in de bewijsvoering voor het jaar 1933.

De tekst weerspiegelt de strenge regulering van de kleine middenstand en straathandel in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Historische Context

De datum 11 maart 1940 plaatst dit document slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde namen (Pach, Presser) en locaties (Vrolikstraat, Waterlooplein) duiden op een sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap binnen de Amsterdamse lompenhandel en straatverkoop.

In deze periode was een ventvergunning essentieel voor het legale levensonderhoud van velen die buiten het reguliere winkelsysteem werkten. De Algemene Venters Markt en Standplaatshoudersbond fungeerde als een belangenorganisatie die tevens optrad als bron van informatie voor de gemeente bij het toetsen van de legitimiteit van aanvragers. Kort na dit document zouden de bezettingsmaatregelen de bewegingsvrijheid en economische positie van Joodse venters volledig vernietigen.

Genoemde Personen 3

A. Pach Neeter onderschrijft (De heer) S. Presser

Locaties

Tugelaweg Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Tweedehands/Lompen: Lompen Tweedehands/Lompen: Tweedehands Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen