Getypte brief op officieel briefpapier met stempels en handtekening.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier met stempels en handtekening. 5 februari 1940. Maatschappelijk Hulpbetoon van Haarlem
Telefoon no. 13836
HAARLEM, 5 Februari 1940.
Groote Houtstraat 142
Postgiro 73000 (Incassodienst)
Verzoeke bij beantwoording aan
te halen no. en
doss.
Aan
den heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M.
[In kader links:]
Eventueel antwoord te adresseeren:
Directeur van Maatschappelijk
Hulpbetoon Gr. Houtstraat 142,
Haarlem, zonder vermelding van
persoonsnamen.
No. 90/8/6 M. [Stempel in paars: Nº 90/8/7 M. 1940 6/2] [Handgeschreven rechts: Oranjeboomstraat 205]
Hierbij deel ik U mede, dat G.J. Burger, een bij-
steun heeft van f 5,50. Gedurende de vorstperiode is hij in
vollen steun. -
Coll.: De Directeur van Maatschappelijk Hulpbetoon,
[Handgeschreven initialen/paraaf: wf H]
[Handtekening: Edewaard (?)]
[Onderaan links:]
84 - 3 - 1939 - 10.000 * Inhoud: De brief dient om de Directie van het Marktwezen in Amsterdam te informeren over de status van de uitkering van de heer G.J. Burger. Hij ontvangt normaal een aanvullende "bijsteun" van 5,50 gulden, maar vanwege de vorstperiode is dit omgezet naar "vollen steun" (volledige uitkering).
* Administratieve verwerking: De brief is voorzien van een dossiernummer (90/8/6 M.) dat door het paarse stempel is gecorrigeerd of aangevuld tot 90/8/7 M. 1940. De toevoeging "6/2" in het stempel wijst waarschijnlijk op de datum van ontvangst of verwerking (6 februari).
* Discretie: Opvallend is de gedrukte instructie in het kader links. Men verzocht om bij antwoorden geen persoonsnamen op de envelop te zetten. Dit wijst op het taboe of de privacygevoeligheid die in die tijd rustte op het ontvangen van armenzorg of maatschappelijke steun.
* Sociaal-economisch detail: De vermelding van de "vorstperiode" is typerend voor de pre-verzorgingsstaat. Voor mensen die buiten werkten (zoals in de marktsector), betekende vorst vaak een onmiddellijk verlies van inkomen, waardoor zij tijdelijk volledig afhankelijk werden van het Maatschappelijk Hulpbetoon. Het document dateert van februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het land bevond zich op dat moment in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30. Het "Maatschappelijk Hulpbetoon" was een gemeentelijke instelling (vaak voortgekomen uit het Armenbestuur) die verantwoordelijk was voor de ondersteuning van behoeftigen. De winter van 1939-1940 was bovendien een zeer strenge winter ("de winter van de mobilisatie"), wat de genoemde "vorstperiode" verklaart; door de aanhoudende kou lag veel buitenwerk stil, waardoor de druk op de steunverlening toenam. De brief laat de nauwe samenwerking zien tussen gemeentelijke diensten (Haarlem en Amsterdam) bij het monitoren van de financiële situatie van burgers.