Doorslag van een getypte brief (officiële correspondentie).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officiële correspondentie). 1 februari 1940. De Directeur (instelling niet nader gespecificeerd, waarschijnlijk een gemeentelijke marktdienst). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Heer M. de Haan.
[Midden boven:]
VP/HG. [handgeschreven:] extra
[Linksboven:]
90/8/6 M.
[Rechts:]
1 Februari 1940.
[Adresblok:]
den Heer C.J. Burger,
Orangeboomstraat 105,
H A A R L E M .
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Januari
jl. bericht ik U, dat U van het betalen van marktgeld kunt
worden vrijgesteld gedurende den tijd, dat U ondersteuning
ontvangt, indien U het op grond daarvan niet is toegestaan
inkomsten uit arbeid te trekken. U dient dan evenwel ten
spoedigste een desbetreffende verklaring van het Armbestuur
over te leggen.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: Verzoek tot vrijstelling van marktgeld.
* Kernboodschap: De heer Burger kan vrijstelling krijgen voor het betalen van marktgelden (staangeld voor een marktkoopman), mits hij kan bewijzen dat hij een uitkering ("ondersteuning") ontvangt en dat hij als voorwaarde van die uitkering niet mag werken.
* Bewijslast: Er wordt expliciet gevraagd om een verklaring van het "Armbestuur" (de toenmalige instantie voor sociale bijstand).
* Taalgebruik: Formeel en zakelijk, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit de vroege 20e eeuw (gebruik van de naamvals-n in "den tijd" en "den Heer"). Deze brief is geschreven in februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het document biedt een inkijkje in de sociale zekerheid van die tijd. In de crisisjaren '30 en het begin van de jaren '40 was "ondersteuning" (bijstand) vaak gebonden aan strikte regels; wie steun trok, mocht vaak geen andere inkomsten hebben.
De term "Armbestuur" verwijst naar de lokale organen die belast waren met de armenzorg voordat de moderne verzorgingsstaat (zoals de Algemene Bijstandswet in 1965) werd vormgegeven. Het document illustreert hoe kleine zelfstandigen (marktkooplieden) die in financiële nood kwamen, moesten navigeren tussen lokale regelgeving en sociale voorzieningen. De "Orangeboomstraat" in Haarlem bestaat nog steeds, wat het document een specifieke lokale historische context geeft.