Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 218
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies/memorandum.

16 april 1940.

Origineel

Ambtelijk advies/memorandum. 16 april 1940. [Linksboven]
Advies op brief
№ 90/20/1 M '40.

[Rechtsboven]
Den Heer Inspecteur.

[Midden]
In verband met deze aanvraag van
J Slinger, V.K. № 477 markt Mosplein, om uitstel van
plaatsbezetten, het volgende:

Genoemde J Slinger staat sinds 29/12 '39 ingeschreven
en heeft nog nooit zijn plaats bezet op de markt.
Gezien de lange periode stel ik U voor deze
solicitatie in te trekken.

[Onderaan]
A'dam 16/4 '40 [Handtekening, mogelijk: M Burg.] Het document is een kort, zakelijk advies van een Amsterdamse ambtenaar aan zijn superieur (de Inspecteur). De kern van de zaak is een verzoek van een markthandelaar, J. Slinger, die uitstel vraagt voor het innemen van zijn standplaats op de markt aan het Mosplein. Uit de administratie blijkt echter dat Slinger, ondanks zijn inschrijving op 29 december 1939, nog geen enkele keer op de markt is verschenen. Vanwege deze langdurige inactiviteit (bijna vier maanden) adviseert de schrijver om de aanvraag (hier "solicitatie" genoemd) niet te honoreren, maar juist in te trekken. De afkorting "V.K." staat hoogstwaarschijnlijk voor 'Ventkaart' of 'Verkoopkaart', het officiële bewijs van een marktvergunning. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse marktregulering vlak voor een historisch kantelpunt. De datum, 16 april 1940, is minder dan vier weken voor de Duitse inval in Nederland. De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een centraal punt voor de lokale economie. In die tijd was de druk op marktplaatsen groot; de gemeente hanteerde strikte regels om te voorkomen dat schaarse standplaatsen onbenut bleven terwijl anderen op de wachtlijst stonden. Hoewel het hier een routinematige administratieve handeling lijkt, zijn dit soort documenten vaak onderdeel van grotere archieven die de sociaal-economische dynamiek van de stad en haar bewoners in oorlogstijd in kaart brengen.

Samenvatting

Het document is een kort, zakelijk advies van een Amsterdamse ambtenaar aan zijn superieur (de Inspecteur). De kern van de zaak is een verzoek van een markthandelaar, J. Slinger, die uitstel vraagt voor het innemen van zijn standplaats op de markt aan het Mosplein. Uit de administratie blijkt echter dat Slinger, ondanks zijn inschrijving op 29 december 1939, nog geen enkele keer op de markt is verschenen. Vanwege deze langdurige inactiviteit (bijna vier maanden) adviseert de schrijver om de aanvraag (hier "solicitatie" genoemd) niet te honoreren, maar juist in te trekken. De afkorting "V.K." staat hoogstwaarschijnlijk voor 'Ventkaart' of 'Verkoopkaart', het officiële bewijs van een marktvergunning.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse marktregulering vlak voor een historisch kantelpunt. De datum, 16 april 1940, is minder dan vier weken voor de Duitse inval in Nederland. De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een centraal punt voor de lokale economie. In die tijd was de druk op marktplaatsen groot; de gemeente hanteerde strikte regels om te voorkomen dat schaarse standplaatsen onbenut bleven terwijl anderen op de wachtlijst stonden. Hoewel het hier een routinematige administratieve handeling lijkt, zijn dit soort documenten vaak onderdeel van grotere archieven die de sociaal-economische dynamiek van de stad en haar bewoners in oorlogstijd in kaart brengen.

Locaties

Amsterdam (afgekort als A'dam).