Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 12 december 1941. No.2239 Arb.1941.
N° 1/96/1 M.1941 30/12
Marktw. [handgeschreven]
1206 Lim. 1941 [handgeschreven en onderstreept]
Vervulling vacature van lid in de Commissie van Advies voor de definitieve indeeling der ambtenarenfuncties in salarisgroepen.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 12 December 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op zijn besluiten van 19 September 1941, No.1814 Arb.1941 en 25 November 1941, No.257;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No.152; Gemeenteblad afd.4, volgn.517) en van de Eerste Beschikking ter uitvoering van deze verordening (Nederlandsche Staatscourant van 19 Augustus 1941, No.160; Gemeenteblad afd.4 volgn.523),
B e s l u i t :
in de plaats van den Heer J.Walch, in verband met diens benoeming tot Wethouder der gemeente, aan te wijzen als lid van de Commissie van Advies voor de definitieve indeeling der ambtenarenfuncties in salarisgroepen, opnieuw ingesteld bij zijn besluit van 25 November 1941, No.257, den Heer H.van Buuren Jr., Directeur van Financiën.
C.S.Stadhuis
A'dam, 12-'41
z.o.z.
[Handgeschreven paraaf/tekening rechtsboven bij de tekst: 'in dir.' en een onleesbare handtekening, mogelijk 'h. Müller'] Het document is een formeel besluit van de burgemeester van Amsterdam (destijds Edward Voûte) om een personele wijziging door te voeren in een adviescommissie die zich bezighoudt met de salarisstructuur van gemeenteambtenaren.
De kern van het besluit is de vervanging van de heer J. Walch (die gepromoveerd was tot wethouder) door de heer H. van Buuren Jr., de toenmalige Directeur van Financiën. Deze keuze is logisch gezien de financiële aard van de commissie.
Juridisch steunt het besluit op de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris". Dit is een directe verwijzing naar de wetgeving van de Duitse bezetter (Seyss-Inquart), die de bevoegdheden van burgemeesters verruimde ten koste van de democratisch gekozen gemeenteraad, welke in 1941 feitelijk was buitenspel gezet. Dit document stamt uit december 1941, een periode waarin de gelijkschakeling van het Nederlandse openbaar bestuur door de Duitse bezetter in volle gang was.
- Bestuursstructuur: In september 1941 was het "Besluit betreffende het gemeentebestuur" van kracht geworden, waardoor de gemeenteraden werden ontbonden. De burgemeester kreeg alle macht (het 'leidersbeginsel' of Führerprinzip), maar stond onder direct toezicht van de bezetter.
- De Burgemeester: Edward Voûte, die dit besluit nam, was een regeringsgetrouwe burgemeester die door de bezetter was aangesteld na het ontslag van burgemeester De Vlugt.
- Commissie: De noodzaak voor een "definitieve indeeling" van ambtenarenfuncties wijst op een grootschalige administratieve reorganisatie tijdens de oorlogsjaren, waarbij geprobeerd werd het ambtenarenapparaat efficiënter en controleerbaarder te maken volgens de nieuwe maatstaven.
- Referenties: De verwijzing naar het Verordeningenblad en de Nederlandsche Staatscourant uit 1941 illustreert hoe de bezettingswetgeving diep doordrong in de dagelijkse gemeentelijke administratie. De vermelding "z.o.z." (zie ommezijde) suggereert dat er op de achterkant van het origineel mogelijk nog handtekeningen of aanvullende bepalingen staan.