Officieel schrijven / Afschrift van een brief.
Origineel
Officieel schrijven / Afschrift van een brief. 29 december 1941. De Wethouder voor de Kunstzaken (Smit). No.1/97/1 M.1941 31/12 AFSCHRIFT.
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd.Kunstzaken. Amsterdam, 29 Dec.1941.
No.20 - 1941.
1212 L.M.1941.
Bij dezen deel ik U mede, dat op de begrooting voor het jaar 1942 wederom een krediet is uitgetrokken voor het verleenen van opdrachten aan en het aankoopen van werk van beeldende kunstenaars.
Ik verzoek U mij te willen berichten, of U er prijs op stelt, dat eventueel in 1942 opdrachten als het maken van wandschilderingen, beeldhouwwerken, werkzaamheden op het gebied der sier- en nijverheidskunst e.d. ten behoeve van de onder U ressorteerende afdeelingen, diensten en bedrijven worden uitgevoerd. Mocht dit het geval zijn, dan zal ik t.z.t. doen nagaan, of het mogelijk is, zoodanige werkzaamheden op te dragen aan kunstenaars, die in 1942 voor een opdracht in aanmerking komen. Blijkt dit mogelijk, dan zal met het hoofd van de(n) (het) betrokken afdeeling, dienst of bedrijf overleg worden gepleegd over de uitvoering der opdracht.
Te Uwer informatie deel ik U nog mede, dat uit het bovenstaande krediet uitsluitend de honoraria voor opdrachten worden betaald; kosten voor materiaal, steigers e.d. zijn voor rekening van de diensten en bedrijven, die een opdracht wenschen te laten uitvoeren.
Uw antwoord op dit schrijven zie ik gaarne voor 15 Januari a.s. tegemoet.
De Wethouder voor de Kunstzaken,
Smit.
Aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen, enz. Deze brief is een interne communicatie binnen het bestuur van de gemeente Amsterdam. De Wethouder voor Kunstzaken (Smit) informeert zijn collega van de sector Levensmiddelen over het beschikbare budget voor kunstopdrachten in 1942.
De kernpunten van de brief zijn:
1. Budgetallocatie: Er is geld vrijgemaakt voor 1942 voor de aankoop van kunst en het verstrekken van opdrachten.
2. Inventarisatie: Andere gemeentelijke diensten kunnen aangeven of zij behoefte hebben aan kunstuitingen (zoals wandschilderingen of beeldhouwwerken) in hun gebouwen of werkruimtes.
3. Financiële verdeling: Het centrale kunstbudget dekt enkel de honoraria (het loon) van de kunstenaars. Bijkomende materiële kosten (zoals verf of steigers) moeten door de vragende dienst zelf worden betaald. Het document dateert van december 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond het Amsterdamse gemeentebestuur onder grote invloed van de bezetter. De ondertekenaar, wethouder Smit, was een NSB-wethouder.
Het verlenen van opdrachten aan kunstenaars was in deze tijd vaak gekoppeld aan politieke en ideologische kaders, zoals de verplichte aanmelding bij de Nederlandsche Kultuurkamer. Dergelijke initiatieven dienden niet alleen om kunstenaars aan het werk te houden, maar ook om de publieke ruimte te verfraaien volgens de toen geldende esthetische en politieke normen. Het feit dat dit beleid werd voortgezet ondanks de oorlogsomstandigheden en schaarste, toont het belang aan dat het toenmalige bestuur hechtte aan culturele representatie. Gemeente Amsterdam NSB