Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 205
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

24 oktober 1940

Origineel

24 oktober 1940 Sm/T/7

24 October 40

den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
R a a d h u i s
AMSTERDAM

5672/77/CDL.

Betreft: Groenten- en fruitpositie
in den a.s. winter.

VERTROUWELIJK. I. Verslag.

Hiermede hebben ondergeteekenden de eer U te berichten, dat zij op 15 dezer te Den Haag een vergadering hebben bijgewoond van vertegenwoordigers van een aantal Gemeenten, op welke vergadering de Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw, de Heer Valstar, een uiteenzetting heeft gegeven van de groente- en fruitpositie, waarin ons land thans verkeert.

GROENTE.
De groentepositie is niet bepaald verontrustend; voorraden en te verwachten oogst van stapelgroente (uien, wortelen, rapen en koolsoorten) geven geen reden tot groote ongerustheid. Weliswaar zullen verschillende producten geëxporteerd worden, doch een bijzonder groote export is, in verband met transportmoeilijkheden, niet te verwachten. Van een distributie van groente in den a.s. winter zal bij den huidigen stand van zaken geen sprake zijn. Het is dan ook slechts met het oog op de bekende transportmoeilijkheden dat de Regeeringscommissaris de aandacht van de Gemeentebesturen meent te moeten vestigen op de voorziening van stapelgroente bij eventueel vriezend weer. Hij gaf daarom in overweging, dat van Gemeentewege officieus contact zou worden gezocht met vertegenwoordigers van den groothandel, teneinde voorraadvorming door dien handel te bevorderen. Een telkens te vernieuwen voorraad voor enkele weken zou voldoende zijn. Bovendien wordt door den Regeeringscommissaris aanbevolen, dat de Gemeentebesturen zelf eenigen voorraad van vatgroente vormen, ten behoeve van de voorziening van werkloozen en armlastigen. Van deze laatste producten zijn groote hoeveelheden ingemaakt, zij bevinden zich in handen van de Groente- en Fruitcentrale en van den particulieren handel. Het lijkt den Regeeringscommissaris aangewezen, dat de Besturen van groote Gemeenten een deel van deze voorraden aankoopen.

FRUIT.
Het normale fruitgebruik in Nederland bedraagt circa 100 millioen kg. binnenlandsch fruit plus 100 millioen kg. geïmporteerd fruit (zuidvruchten, Amerikaansche appelen en peren, enz.) De binnenlandsche fruitoogst wordt voor het komende seizoen geschat op circa 80 millioen kg. Hiervan is reeds 35 millioen kg. - zoo werd ons vertrouwelijk medegedeeld - bestemd voor export naar Duitsland. Op geïmporteerd fruit valt practisch niet te rekenen, zoodat de fruitvoorziening in den komenden winter er
zeer Dit document is een ambtelijk verslag over de voedselsituatie in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De belangrijkste punten zijn:

  • Groente: De situatie wordt als relatief stabiel beschouwd. Er is geen onmiddellijke noodzaak voor rantsoenering (distributie). De voornaamste zorg is de logistiek: transportproblemen en mogelijke vorst. Er wordt geadviseerd om lokale voorraden aan te leggen, specifiek ook "vatgroente" (zoals zuurkool of andere ingemaakte groenten) voor de armste lagen van de bevolking.
  • Fruit: Hier is de situatie aanzienlijk zorgwekkender. De import is weggevallen door de oorlogsomstandigheden. Van de eigen oogst, die al lager is dan het normale verbruik, wordt bijna de helft (35 van de 80 miljoen kg) geëxporteerd naar Duitsland.
  • Toon: De tekst is zakelijk, maar de vermelding dat de export naar Duitsland "vertrouwelijk" werd medegedeeld, duidt op de politieke gevoeligheid van het wegvoeren van Nederlands voedsel naar de bezetter. In oktober 1940 bevond Nederland zich vijf maanden in de bezettingstijd. Hoewel de beruchte 'Hongerwinter' pas veel later zou plaatsvinden, begon de schaarste al vroeg merkbaar te worden. De bezetter begon direct met het overhevelen van Nederlandse agrarische producten naar Duitsland.

De heer M.P.L. Steenberghe was op dat moment Minister van Economische Zaken, maar de feitelijke macht over de voedselvoorziening lag steeds meer bij de Duitse autoriteiten en de door hen gecontroleerde organen zoals de genoemde Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw. De "Groente- en Fruitcentrale" was een van de crisisorganen die toezicht hielden op de handel en prijzen om de markt onder controle te houden. Dit document laat zien hoe lokale overheden (in dit geval Amsterdam) werden voorbereid op de komende winterproblematiek.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over de voedselsituatie in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De belangrijkste punten zijn:

  • Groente: De situatie wordt als relatief stabiel beschouwd. Er is geen onmiddellijke noodzaak voor rantsoenering (distributie). De voornaamste zorg is de logistiek: transportproblemen en mogelijke vorst. Er wordt geadviseerd om lokale voorraden aan te leggen, specifiek ook "vatgroente" (zoals zuurkool of andere ingemaakte groenten) voor de armste lagen van de bevolking.
  • Fruit: Hier is de situatie aanzienlijk zorgwekkender. De import is weggevallen door de oorlogsomstandigheden. Van de eigen oogst, die al lager is dan het normale verbruik, wordt bijna de helft (35 van de 80 miljoen kg) geëxporteerd naar Duitsland.
  • Toon: De tekst is zakelijk, maar de vermelding dat de export naar Duitsland "vertrouwelijk" werd medegedeeld, duidt op de politieke gevoeligheid van het wegvoeren van Nederlands voedsel naar de bezetter.

Historische Context

In oktober 1940 bevond Nederland zich vijf maanden in de bezettingstijd. Hoewel de beruchte 'Hongerwinter' pas veel later zou plaatsvinden, begon de schaarste al vroeg merkbaar te worden. De bezetter begon direct met het overhevelen van Nederlandse agrarische producten naar Duitsland.

De heer M.P.L. Steenberghe was op dat moment Minister van Economische Zaken, maar de feitelijke macht over de voedselvoorziening lag steeds meer bij de Duitse autoriteiten en de door hen gecontroleerde organen zoals de genoemde Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw. De "Groente- en Fruitcentrale" was een van de crisisorganen die toezicht hielden op de handel en prijzen om de markt onder controle te houden. Dit document laat zien hoe lokale overheden (in dit geval Amsterdam) werden voorbereid op de komende winterproblematiek.