Archiefdocument
Origineel
24 October 1940 Onbekend (verwijzing naar "eersten" en "tweeden ondergetekende") le 24 October 1940.
5672 Wethouder v.d. Levensmiddelen.
zeer slecht voor staat. Voor zoover binnenlandsch fruit beschik-
baar komt, zullen maximum-prijzen worden vastgesteld.
**II. Advies van eersten ondergetekende.**
Met betrekking tot voorraadvorming van stapelgroente
deelt de eerste ondergetekende mede, dat hij reeds onlangs en ook
nog Maandag jl. deze aangelegenheid met vertegenwoordigers van den
groothandel besprak. De bedoelde vertegenwoordigers hebben ver-
klaard, dat de handel in zijn eigen belang ongetwijfeld met de mo-
gelijkheid van stagnatie in den aanvoer bij vorst rekening houdt,
zoodat altijd wel een voorraad stapelgroente voor enkele weken in
Amsterdam aanwezig zal zijn. Verdere bijzondere stappen lijken dan
ook voorshands niet noodig.
**III. Advies van tweeden ondergetekende.**
Wat betreft den Centralen Dienst voor de Levensmidde-
lenvoorziening, dient voorraadvorming overwogen te worden voor:
a. De Keuken;
b. De Instellingen;
c. De uitgifte voor Maatschappelijken Steun.
Voor deze drie instellingen komt m.i. alleen het
aanhouden van een voorraad vatgroenten in aanmerking.
Aan deze voorraadvorming zijn zeker kosten verbonden
voor opslag; onderhoud en transport, (dit laatste, aangezien niet
te verwachten is, dat in de onmiddellijke omgeving van de plaatsen
waar uitgifte of gebruik noodig is, ook de opslagruimte is te
vinden.)
Gelet op de (vertrouwelijke) uiteenzettingen van den
Heer Valstar en mede in aanmerking genomen den algemeenen toestand,
acht ik het vormen van eenigen voorraad vatgroenten wel aangewezen,
om het risico bij gesloten water in het a.s. winterseizoen te be-
perken.
<u>ad a.</u>
Hiervoor waren m.i. 70 vaten in voorraad te houden;
<u>ad b.</u>
Aan de instellingen ware op te dragen, voor drie weken vaten op
te slaan. Dit zal m.i. zonder eenig bezwaar uitgevoerd kunnen
worden.
<u>ad c.</u>
Uit ondershandsche inlichtingen per telefoon van het Departement
van Sociale Zaken verkregen, moet opgemaakt worden, dat het bij
dit Departement aanvankelijk in de bedoeling ligt, de verstrekking
van vatgroenten als in het vorig seizoen voortgang te doen vinden,
onafhankelijk van de plannen van het R.B.V.V.O.
Op 28 dezer zal ik omtrent den stand der voornemens nader
worden ingelicht.
Daarom ware m.i. thans te rekenen op het opleggen van een
voorraad van 400 vaten. Gerekend op het verbruik in het afgeloopen
seizoen, zou daarmede de behoefte voor 2 à 3 weken gedekt zijn.
Het Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder van Levensmiddelen over de voedselvoorziening in de stad aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het is verdeeld in twee hoofdadviezen:
- Stapelgroenten (Sectie II): De "eerste ondergetekende" concludeert na overleg met de groothandel dat de gemeente zelf geen extra voorraad hoeft aan te leggen. De private handel houdt zelf al voldoende reserves aan om periodes van vorst (waardoor de aanvoer stagneert) te overbruggen.
- Vatgroenten (Sectie III): De "tweede ondergetekende" adviseert wél om gemeentelijke voorraden vatgroenten (zoals zuurkool of gezouten bonen) aan te leggen voor drie specifieke groepen: de centrale keukens, zorginstellingen en de armenzorg (Maatschappelijken Steun).
- Logistieke overwegingen: Er wordt gewaarschuwd voor de kosten van opslag en transport. De noodzaak voor een buffer wordt vooral ingegeven door het risico op "gesloten water" (bevroren grachten en rivieren), wat in 1940 de voornaamste transportroute voor dergelijke goederen was.
- Bureaucratie: Het document noemt het R.B.V.V.O. (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd), wat de centrale regie vanuit de bezetter en de Nederlandse overheid over de voedseldistributie illustreert. Dit schrijven dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode een kritieke taak voor het stadsbestuur. Hoewel er op dat moment nog geen acute hongersnood was, werd het distributiestelsel (de bonkaarten) steeds strakker aangetrokken.
De angst voor een strenge winter ("gesloten water") was reëel; als de waterwegen bevroren, lag de aanvoer van groenten van het platteland naar de stad Amsterdam nagenoeg stil. Dit document toont de proactieve (en soms moeizame) afstemming tussen lokale diensten en nationale departementen om de meest kwetsbare groepen in de stad, zoals zij die afhankelijk waren van de Maatschappelijke Steun, van voedsel te blijven voorzien. De genoemde "Heer Valstar" verwijst waarschijnlijk naar S.I. Valstar, een topfunctionaris binnen de voedselvoorziening tijdens de bezettingsjaren.