Archiefdocument
Origineel
24 October 1940 De Directeur van het Marktwezen en De Directeur van den Centralen Dienst v.d. Levensmiddelenvoorziening. 2e 5672 24 October 1940
Wethouder v.d. Levensmiddelen
Het ligt vanzelfsprekend in de bedoeling de behoefte in de eerste plaats uit den voorraad te putten en dezen dan met nieuwe bestellingen aan te vullen en op peil te houden.
Ik stel U beleefd voor, ter zake een voorloopige principiëele beslissing te nemen.
Ik ben er mij wel van bewust, dat dit voorstel niet volledig is en dat het gewenscht ware, dit reeds terstond aan te vullen met een voorstel omtrent opslag en kostenbegrooting daarvan, doch het is mij onmogelijk U deze reeds thans aan te bieden, terwijl ik het niet juist acht, de toezending van dit rapport nog uit te stellen.
Aanvankelijk ben ik van oordeel, dat de:
70 vaten bij de keuken in een te bouwen provisorische loods op het terrein opgelegd moeten worden, tenzij onderbrenging bij de N.V. Maggi of op de terreinen van de Waterleidingen mogelijk is (bij de Waschinrichting is dit niet mogelijk);
vaten voor de instellingen zonder eenige kosten bij de instellingen opgelegd kunnen worden;
400 vaten voor Maatschappelijken Steun gedeeltelijk in de distributielokalen, gedeeltelijk in het nog te mijner beschikking staande gebouw in de Balistraat geborgen kunnen worden.
IV. Opmerking.
Hierbij wordt nog aangeteekend, dat de Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw gaarne vóór 5 November a.s. van het Gemeentebestuur eenig bericht zou hebben, omtrent de gevolgen van bedoelde bespreking.
De Directeur van het Marktwezen,
De Directeur van den Centralen Dienst v.d. Levensmiddelenvoorziening, Dit document is een ambtelijk schrijven betreffende de logistiek van de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting. De kern van het document is een voorstel voor de opslag van een groot aantal vaten (vermoedelijk gevuld met levensmiddelen zoals geconserveerde groenten of peulvruchten).
Belangrijke punten uit het voorstel:
1. Voorraadbeheer: Er wordt gepleit voor een systeem van "first-in, first-out" om de voorraden vers te houden.
2. Opslaglocaties: Er worden diverse locaties voorgesteld, waaronder een nieuw te bouwen loods, terreinen van N.V. Maggi of de Waterleidingen, en een gebouw in de Balistraat (Indische Buurt).
3. Kostenbeheersing: Er wordt getracht vaten kosteloos onder te brengen bij de instellingen die ze uiteindelijk zullen gebruiken.
4. Urgentie: Er is sprake van een deadline (5 november) opgelegd door de Regeringscommissaris voor de Tuinbouw, wat duidt op centrale sturing vanuit de landelijke overheid. Het document dateert van oktober 1940, slechts vijf maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode begon de schaarste aan goederen merkbaar te worden en werd het systeem van distributie en centrale opslag door de overheid (zowel lokaal als nationaal) in hoog tempo opgetuigd.
De "Centralen Dienst v.d. Levensmiddelenvoorziening" speelde een cruciale rol in het voorkomen van hongersnood en het reguleren van de beschikbare middelen. Het feit dat de "Maatschappelijken Steun" wordt genoemd, wijst erop dat deze voorraden ook bedoeld waren voor de armenzorg of de zogenaamde "Centrale Keukens" die in die tijd essentieel waren voor de minderbedeelden in de stad. De genoemde N.V. Maggi had een grote fabriek aan de Haarlemmerweg in Amsterdam, wat de referentie naar deze locatie verklaart.