Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 245
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verslag/notitie van een bespreking.

9 januari 1941.

Origineel

Handgeschreven verslag/notitie van een bespreking. 9 januari 1941. Bespreking 9 Januari 1941 met den Handel
HH. Krayer, Braaksma en Bood.

o. a. over koolpositie.
Er komt geen kool aan de veilingen, omdat
de boeren de kool i. v. m. de maximumprijzen
vasthouden.
Dir. zegt, dat de N.G.C. hieromtrent op 8 Januari met
de veilingbesturen van Avenhorn, Langendijk
en N. Scharwoude een bespreking zou hebben.
teneinde te komen tot het vorderen der
kool bij de boeren.
Spreker belt vervolgens den Heer Van 't Riet op
om het resultaat van deze bespreking te ver-
nemen. De Hr. Van 't Riet deelt telefonisch
mede, dat er een regeling in voorbereiding is
voor den export zoowel als voor het binnenland,
welke echter niet eerder kan ingaan, dan
Maandag 21 Januari 1941.
De veilingbesturen zullen echter tot dien
datum bonnen aan de grossiers verstrekken, waar-
mede deze kunnen trachten bij de boeren
rechtstreeks kool te koopen. Het document werpt licht op de economische spanningen in de agrarische sector tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting in Nederland. De kern van het probleem is de 'koolpositie': boeren weigeren hun oogst naar de veiling te brengen omdat de vastgestelde maximumprijzen (prijsbeheersing door de overheid) te laag worden geacht. Dit leidt tot een aanvoerstop op de officiële markten.

De autoriteiten proberen dit op twee manieren op te lossen:
1. Dwang: Er wordt gesproken over het 'vorderen' (opeisen) van de kool bij de boeren.
2. Bureaucracie: Er wordt gewerkt aan een nieuwe landelijke regeling voor zowel export als binnenlandse consumptie, die op 21 januari van kracht moet worden.

Interessant is de tijdelijke noodoplossing: om de distributie niet volledig stil te laten vallen, krijgen grossiers (groothandelaars) toestemming om met 'bonnen' direct bij de boeren in te kopen, buiten het normale veilingsysteem om. Dit is een opmerkelijke afwijking van de strikte veilingplicht die destijds gold. Begin 1941 was de voedselvoorziening in Nederland reeds strak gereguleerd door het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd. De regio Noord-Holland (Avenhorn, Langedijk) was het centrum van de koolteelt. Kool was een essentieel volksvoedsel en een belangrijk exportproduct naar Duitsland.

De genoemde N.G.C. staat voor de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, het orgaan dat tijdens de bezetting de handel in deze producten controleerde. De spanning tussen de vastgestelde maximumprijzen en de werkelijke productiekosten (of de hoop op hogere prijzen op de zwarte markt) zorgde gedurende de hele oorlog voor 'oppotgedrag' bij producenten en tekorten in de steden. De hier beschreven crisis in de koolsector is een direct gevolg van deze verstoring van de marktwerking door oorlogsomstandigheden.

Samenvatting

Het document werpt licht op de economische spanningen in de agrarische sector tijdens de vroege fase van de Duitse bezetting in Nederland. De kern van het probleem is de 'koolpositie': boeren weigeren hun oogst naar de veiling te brengen omdat de vastgestelde maximumprijzen (prijsbeheersing door de overheid) te laag worden geacht. Dit leidt tot een aanvoerstop op de officiële markten.

De autoriteiten proberen dit op twee manieren op te lossen:
1. Dwang: Er wordt gesproken over het 'vorderen' (opeisen) van de kool bij de boeren.
2. Bureaucracie: Er wordt gewerkt aan een nieuwe landelijke regeling voor zowel export als binnenlandse consumptie, die op 21 januari van kracht moet worden.

Interessant is de tijdelijke noodoplossing: om de distributie niet volledig stil te laten vallen, krijgen grossiers (groothandelaars) toestemming om met 'bonnen' direct bij de boeren in te kopen, buiten het normale veilingsysteem om. Dit is een opmerkelijke afwijking van de strikte veilingplicht die destijds gold.

Historische Context

Begin 1941 was de voedselvoorziening in Nederland reeds strak gereguleerd door het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd. De regio Noord-Holland (Avenhorn, Langedijk) was het centrum van de koolteelt. Kool was een essentieel volksvoedsel en een belangrijk exportproduct naar Duitsland.

De genoemde N.G.C. staat voor de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, het orgaan dat tijdens de bezetting de handel in deze producten controleerde. De spanning tussen de vastgestelde maximumprijzen en de werkelijke productiekosten (of de hoop op hogere prijzen op de zwarte markt) zorgde gedurende de hele oorlog voor 'oppotgedrag' bij producenten en tekorten in de steden. De hier beschreven crisis in de koolsector is een direct gevolg van deze verstoring van de marktwerking door oorlogsomstandigheden.