Ambtsbrief/Memorandum.
Origineel
Ambtsbrief/Memorandum. 6 mei 1941. Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of directeur van een gemeentelijke dienst, getuige de handtekening rechtsboven "K. Broerse"). D/HG.
20/6/1 M.
Maximumprijzen
voor groenten.
6 Mei 1941.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Door den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij worden, in overleg met den Gemachtigde voor de prijzen, voor een aantal daarvoor in aanmerking komende tuinbouwproducten, maximumprijzen vastgesteld, welke gelden voor den verkoop op de veilingen. Deze regeling is tevens verbonden aan de exportregeling, in zooverre dat de producten, die op de veiling voor het binnenland niet den maximumprijs behalen, voor het buitenland moeten worden geveild.
Ten aanzien van artikelen als bovenbedoeld zijn tevens regelen vastgesteld wat betreft de bepaling van de prijzen welke door den groothandel en den kleinhandel mogen worden berekend. De bovenbedoelde veilingsprijs mag namelijk door den groothandelaar worden verhoogd met de werkelijk door hem gemaakte kosten aan verpakking en vracht. Het aldus verkregen bedrag mag de groothandelaar met hoogstens 12% winst verhoogen. Aldus wordt de maximum-inkoopprijs voor den kleinhandelaar verkregen. De kleinhandelaar mag de artikelen aan het publiek verkoopen tegen een prijs, welke hoogstens 30% boven zijn inkoopsprijs ligt.
Het is duidelijk, dat bij een dergelijk stelsel het publiek ten eenenmale contrôle op de door hem te besteden prijzen mist, waardoor een sterke rem tegen prijsoverschrijding ontbreekt. Het gevolg hiervan is, dat niet alleen in den kleinhandel, maar ook in den groothandel en bij verkoop door tuinders veelvuldig overschrijding van den maximumprijs plaats vindt.
Herhaalde klachten omtrent maximumprijsoverschrijdingen op de Centrale Markt gaven mij aanleiding, mij op 19 April jl. tot den Chef van de afdeeling Tuinbouw van den Centralen Crisis Contrôle Dienst in Den Haag, de heer Budding, te wenden met het verzoek de door dien Dienst op de Centrale Markt uitgeoefende contrôle te verscherpen, aan * Onderwerp: De handhaving en controle op maximumprijzen voor groenten tijdens de bezetting.
* Prijsopbouw: Het document legt de complexe berekening van groenteprijzen uit:
1. Vastgestelde veilingprijs (door het Departement).
2. Groothandel: Veilingprijs + gemaakte kosten (vracht/verpakking) + max. 12% winstmarge.
3. Kleinhandel (winkelier): Inkoopprijs + max. 30% winstmarge.
* Problematiek: De schrijver stelt vast dat het systeem voor de consument (het publiek) ondoorzichtig is. Omdat de consument niet weet wat de oorspronkelijke veilingprijs of de transportkosten waren, kan hij niet controleren of de winkelier zich aan de wet houdt. Dit leidt tot wijdverbreide prijsopdrijving en zwarte handel.
* Actie: Er is contact gezocht met de Centralen Crisis Contrôle Dienst (CCCD) om de controle op de Centrale Markt te verscherpen. Dit document stamt uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritiek punt. Om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan, stelde de bezetter via de Nederlandse departementen strikte maximumprijzen en distributieregels vast.
De genoemde Centralen Crisis Contrôle Dienst (CCCD) was de instantie die belast was met het opsporen van economische delicten, zoals prijsopdrijving en illegale slacht. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was op gemeentelijk niveau verantwoordelijk voor de distributie en de eerlijke verdeling van schaarse goederen. De verwijzing naar de "Centrale Markt" duidt waarschijnlijk op de situatie in Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam locatie), waar de groothandel in levensmiddelen geconcentreerd was. De brief illustreert de constante strijd van de overheid tegen de "zwarte markt" en prijs-overschrijdingen in een tijd van toenemende schaarste.