Administratieve kaart of 'bijblad' betreffende marktregistratie.
Origineel
Administratieve kaart of 'bijblad' betreffende marktregistratie. Diverse data in februari, maart en april 1941. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 17/2/3 1941
DOORGEZONDEN: 20/3-41
[Hoofdtekst]
J. v.d. Kar : ingetrokken per 31-3-41
Groenendijk }
de Kriel }
Swaaf } reeds ingetrokken op
Prenger } 24 Febr. j.l. zie
Boele } brief 17/2/2 No 141 31/1.
Lierkes }
Kamphuis }
L. Winnik : in de week aanvangende met 3 Febr. '41 v/d markt teruggekomen.
[Aantekeningen rechterzijde]
Insp.
~~Afgevoerd~~
- 28 -
Afwerken
28-3-'41
de Hoog
[Aantekening rechtsonder]
opbergen
[Paraaf] 1/4 '41
[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document betreft de administratieve verwerking van marktkooplieden die hun vergunning of standplaats hebben opgezegd ("ingetrokken") of juist zijn teruggekeerd.
* Namen: De genoemde personen (v.d. Kar, Groenendijk, de Kriel, Swaaf, Prenger, Boele, Lierkes, Kamphuis en Winnik) zijn waarschijnlijk markthandelaren.
* Administratieve proces: Er is sprake van een duidelijke hiërarchie. De "Insp." (Inspecteur) geeft instructies zoals "Afwerken", waarna de ambtenaar "de Hoog" dit op 28 maart 1941 verwerkt. Op 1 april 1941 wordt het document geparafeerd voor "opbergen".
* Opvallende datum: Zeven personen worden als groep vermeld die "reeds op 24 Febr. j.l." (1941) zijn ingetrokken. Dit is de dag voor het uitbreken van de Februaristaking. Dit document stamt uit het voorjaar van 1941, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode namen de anti-Joodse maatregelen snel toe, waaronder beperkingen voor Joodse markthandelaren.
Namen zoals v.d. Kar, Swaaf en Winnik zijn veelvoorkomende Joodse namen in de Amsterdamse marktwereld van die tijd. Het feit dat een grote groep handelaren zich rond 24 februari 1941 terugtrekt, is historisch significant; dit was het moment van grote onrust in Amsterdam die leidde tot de Februaristaking op 25 en 26 februari tegen de Jodenvervolging. Het is zeer aannemelijk dat dit document deel uitmaakt van de registratie door de gemeente (waarschijnlijk Amsterdam) van de gedwongen of vrijwillige verwijdering van Joodse handelaren van de openbare markten.