Officiële brief/besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/besluit van de Gemeente Amsterdam. 19 maart 1941. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens de Gemeente Amsterdam). Den Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven: № 17/2/3] [Stempel midden: M. 1941 (met handgeschreven 20/3)]
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 152 -1939-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 19 Maart 1941.
[Handgeschreven aantekening in rood potlood: onleesbaar/paraaf]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
In antwoord op Uw rapporten d.d. 26 November 1940, No.17/1/11 M en 31 Januari 1941, No.17/2/2 M, deel ik U mede, dat ik mede op grond van het desbetreffend advies van den Directeur voor Maatschappelijken Steun kan goedkeuren, dat de toegangsbewijzen tot het innemen van een marktplaats van onderstaande personen kunnen worden ingetrokken.
J.W.Groenendijk, M.de Vries, L.Zwaaf, F.J.Prenger, S.Bolle, M.Sierles, J.H.Kamphuis, J.v.d.Kar en L.Winnik.
Wat de overige door U genoemde personen betreft, acht ik de intrekking van de toegangsbewijzen nog niet gewenscht.
[Handgeschreven paraaf/teken links]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening: J. van der Bend]
Aan den Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Model G. A. 5
100.000-4-'34
[Handgeschreven rechtsonder: 17] Dit document is een ambtelijk besluit waarin de Amsterdamse wethouder toestemming geeft voor het intrekken van de marktvergunningen (toegangsbewijzen) van negen specifiek genoemde personen. Het besluit is gebaseerd op eerdere rapportages van de Dienst van het Marktwezen en een advies van de Directeur voor Maatschappelijken Steun.
Opvallend is dat de wethouder voor een andere groep personen (niet bij naam genoemd in dit document) besluit de vergunningen vooralsnog niet in te trekken. De brief is ondertekend door J. van der Bend, die destijds wethouder was in de door de bezetter gecontroleerde gemeente. De datum van dit document, 19 maart 1941, is cruciaal voor de historische duiding. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. De brief dateert van slechts enkele weken na de Februaristaking (25-26 februari 1941), die was uitgebroken als protest tegen de Jodenvervolging in Amsterdam.
In deze periode nam de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische en openbare leven in hoog tempo toe. Veel van de namen op de lijst (zoals Zwaaf, Bolle, Sierles, van de Kar en Winnik) zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Hoewel de brief geen expliciete reden noemt voor de intrekking, past dit besluit in de bredere context van de 'Entjudung' (het verwijderen van Joden uit het economische leven). De Dienst van het Marktwezen en de afdeling Maatschappelijke Steun werkten in deze jaren vaak samen om 'onwelgevallige' of behoeftige marktkooplieden hun nering te ontzeggen, waarbij Joodse handelaren als eersten het slachtoffer werden. Dit document is een bewijs van de administratieve uitvoering van discriminerende maatregelen door het gemeentebestuur onder bezetting.