Ambtelijke notitie of kladversie van een besluit.
Origineel
Ambtelijke notitie of kladversie van een besluit. Niet expliciet vermeld, maar de tekst refereert aan een periode van ruim 8 maanden na mei 1940, wat de datering op begin 1941 brengt. 4 maanden in het tijdsverloop van
een jaar; de marktcommissie kon
zich hiermede reeds met algemeene
stemmen vereenigen. De onderhavige 5
kooplieden genieten reeds sedert Medio
Mei 1940 volledige ondersteuning en hebben
[doorgehaald: dus] gedurende ruim 8 maanden hun plaatsen op de
markt niet bezet. Ik [doorgehaald: geef U in overweging] verzoek U derhalve
beleefd mij te machtigen de plaatsen van
deze kooplieden t. w. S. Goedel, M. Locher,
J. v. d. Kar, P. J. de Vos en L. Winnik thans
in te trekken.
W.D. (paraaf)
[onderstreept met rode inkt/potlood] Het document is een formeel verzoek aan een hogere instantie (waarschijnlijk een wethouder of de burgemeester) om de vergunningen voor marktplaatsen van vijf personen in te trekken. De argumentatie is tweeledig:
1. De kooplieden hebben hun plek al ruim acht maanden niet meer gebruikt.
2. Zij ontvangen sinds de Duitse inval (mei 1940) een "volledige ondersteuning" (sociale steun of uitkering).
De tekst bevat interessante redactionele wijzigingen. De auteur verving "dus" door "gedurende", wat de tekst feitelijker maakt. Belangrijker is de doorhaling van "geef U in overweging", wat werd vervangen door het dwingendere "verzoek U derhalve". Dit wijst op een verschuiving van een suggestie naar een formeel verzoek tot handhaving. De marktcommissie zou hier reeds unaniem mee hebben ingestemd. Dit document moet worden geplaatst in de context van de vroege bezettingsjaren in Nederland (begin 1941). De namen van de kooplieden (waaronder Goedel, Van der Kar en Winnik) zijn typisch voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam. In deze periode begonnen de Duitse bezetter en collaborerende instanties met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het economische leven.
Het feit dat zij sinds "Medio Mei 1940" (de capitulatie) hun plaatsen niet hebben bezet en steun ontvangen, is veelzeggend. Veel Joodse handelaren verloren direct na de inval hun inkomsten of mochten hun beroep niet meer vrij uitoefenen. De administratieve intrekking van hun marktplaatsen, zoals hier verzocht, was een volgende stap in hun marginalisering en het "Ariseren" van de openbare markten. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging op lokaal niveau.
Samenvatting
Het document is een formeel verzoek aan een hogere instantie (waarschijnlijk een wethouder of de burgemeester) om de vergunningen voor marktplaatsen van vijf personen in te trekken. De argumentatie is tweeledig:
1. De kooplieden hebben hun plek al ruim acht maanden niet meer gebruikt.
2. Zij ontvangen sinds de Duitse inval (mei 1940) een "volledige ondersteuning" (sociale steun of uitkering).
De tekst bevat interessante redactionele wijzigingen. De auteur verving "dus" door "gedurende", wat de tekst feitelijker maakt. Belangrijker is de doorhaling van "geef U in overweging", wat werd vervangen door het dwingendere "verzoek U derhalve". Dit wijst op een verschuiving van een suggestie naar een formeel verzoek tot handhaving. De marktcommissie zou hier reeds unaniem mee hebben ingestemd.
Historische Context
Dit document moet worden geplaatst in de context van de vroege bezettingsjaren in Nederland (begin 1941). De namen van de kooplieden (waaronder Goedel, Van der Kar en Winnik) zijn typisch voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam. In deze periode begonnen de Duitse bezetter en collaborerende instanties met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het economische leven.
Het feit dat zij sinds "Medio Mei 1940" (de capitulatie) hun plaatsen niet hebben bezet en steun ontvangen, is veelzeggend. Veel Joodse handelaren verloren direct na de inval hun inkomsten of mochten hun beroep niet meer vrij uitoefenen. De administratieve intrekking van hun marktplaatsen, zoals hier verzocht, was een volgende stap in hun marginalisering en het "Ariseren" van de openbare markten. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging op lokaal niveau.