Ambtelijke brief/nota betreffende marktreglementering.
Origineel
Ambtelijke brief/nota betreffende marktreglementering. 30 januari 1941. Toepassing artikel
11c Reglement op de
Markten.
A'dam 30/1 1941
W.H.M.
31/1/41 BR [stempel]
17/2/2 M [rood potlood]
Onder terugzending van de met
uw handbrief dd. 7 Januari jl. zonder no.
152 G.M. 1939 aan advies ontvangen stukken heb
ik de eer u te berichten, dat de plaatsen van de
op de bijlage van mijn brief v. 26 November 1940
no. 17/1/11 M voorkomende kooplieden:
J.W. Groenendijk, M. de Vries, L. Kwaaf, T.J.
Prenger, M. Sierles en J.H. Kampers overeen-
komstig het zich onder de stukken bevindende
advies van den Directeur voor M.S. zullen
worden ingetrokken; dit zal eveneens geschieden
t.a.v. de plaatsen van S. Bolle en J. Polak, daar
gebleken is, dat deze kooplieden reeds geruimen
tijd geleden uit den steun zijn gegaan; zij zijn
echter niet op de markt teruggekeerd, terwijl zij
aan hun gezonden oproepingen geen gevolg
hebben gegeven.
Omtrent S. Goedel, M. Rocher, J. Klas,
P.J. Olsson, B.H.J. Scherpenzeel, P.J. de Vos,
L. Winck, H. Piller en S. Barmhartigheid
adviseert voornoemde Directeur, de plaatsen
nog niet in te trekken.
Wat betreft [doorgehaald: betreft] P.J. Olsson, B.H.J. van
Scherpenzeel, H. Piller en S. Barmhartigheid
betreft, kan ik mij hiermede wel vereenigen.
Olsson werkt momenteel in Deutschland, terwijl
de 3 overige kooplieden in de werkverschaffing
zijn opgenomen. De plaatsen van deze 4
kooplieden kunnen dus nog eenigen tijd voor
hen worden gereserveerd.
De plaatsen van de overblijvende
5 kooplieden dienen m.i. echter, in afwijking
van meergenoemd advies van den Inspecteur van
M.S. thans te worden ingetrokken. Zoals u bekend
is, zal het Reglement op de Markten ook t.a.v.
de vrijstelling van plaatsbezetten tijdens steun
een wijziging ondergaan. De periode van 6
maanden, genoemd in art. 10 en 11 van
dit Reglement zal worden teruggebracht tot... Dit document is een ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk binnen de gemeente Amsterdam) over het beheer van marktstaanplaatsen tijdens de vroege periode van de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de handhaving van het Marktreglement (artikel 11c) met betrekking tot kooplieden die hun plaats niet persoonlijk bezetten omdat zij een beroep doen op sociale voorzieningen of elders werken.
Er worden drie categorieën kooplieden onderscheiden:
1. Directe intrekking: Kooplieden (o.a. Groenendijk, de Vries) waarvan de plaatsen worden ingetrokken conform advies, inclusief twee (Bolle en Polak) die de steun hebben verlaten maar niet zijn teruggekeerd naar de markt.
2. Tijdelijke reservering: Vier personen (Olsson, Scherpenzeel, Piller, Barmhartigheid) mogen hun plaats behouden. Olsson werkt in Duitsland, de anderen zitten in de "werkverschaffing".
3. Betwiste intrekking: Voor vijf overige kooplieden adviseert de auteur, in tegenstelling tot het advies van de Directeur van Maatschappelijke Steun (M.S.), om de plaatsen direct in te trekken vanwege een aanstaande strengere wijziging in het reglement.
De toon is strikt administratief en getuigt van een toenemende regeldruk. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is die van een stad in oorlogstijd waar de bureaucratie probeert de grip op de openbare ruimte en economie te behouden of te verstevigen.
- Maatschappelijke Steun (M.S.) & Werkverschaffing: In de jaren '30 en '40 was de werkverschaffing een veelgebruikt middel om werklozen aan de slag te houden, vaak onder zware omstandigheden. Dat kooplieden hierin terechtkwamen, wijst op de economische malaise voor kleine zelfstandigen.
- "Deutschland": De vermelding dat P.J. Olsson in Duitsland werkt, is typerend voor deze periode. Veel Nederlandse mannen werkten daar, aanvankelijk soms vrijwillig om economische redenen, later verplicht via de Arbeitseinsatz.
- Reglementering: De aangekondigde verkorting van de termijn van 6 maanden suggereert dat de overheid de regels voor afwezigheid aanscherpte, mogelijk om meer controle uit te oefenen op de marktbezetting of om 'leegstaande' plaatsen sneller te kunnen herverdelen.
- Namen: Onder de genoemde namen bevinden zich namen die mogelijk wijzen op een Joodse achtergrond (o.a. Bolle, Polak, Sierles, Goedel). In januari 1941 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven reeds in volle gang, wat een extra laag van betekenis geeft aan het intrekken van hun marktvergunningen. De Februaristaking zou slechts enkele weken na dit schrijven plaatsvinden.