Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 470
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen/Uittreksel van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie te Amsterdam).

17 november 1939 (briefdatum) / kort daarna (vergadering).

Origineel

Notulen/Uittreksel van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie te Amsterdam). 17 november 1939 (briefdatum) / kort daarna (vergadering). -7-

de Camperstraat zoo mogelijk vrij te houden van kooplieden.
De overige leden gaan met het advies, zooals dit door den Voorzitter is geformuleerd, accoord.
Vervolgens stelt de Voorzitter aan de orde punt 4 der agenda:
Brief Wethouder Levensmiddelen d.d. 17 November jl. no.879 L.M. inzake afgifte van ventvergunningen, die niet vóór 1 Januari 1935 zijn aangevraagd; (den leden in afschrift gezonden).
Deze brief luidt als volgt:
No.18/56/1 M.1939 18/11 Afschrift.
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd.L.M. Amsterdam, 17 November 1939.
No.879 -1939-

        Zooals U bekend is, werd tot nu toe de regel gevolgd, dat zij, die op eenige wijze konden aantoonen niet in staat te zijn geweest vóór 1 Januari 1935 een ventvergunning aan te vragen, deze nog kunnen ontvangen, indien blijkt, dat zij omstreeks dien datum van venten hun beroep maakten. Het komt mij wenschelijk voor dezen overgangstoestand, die nu vijf jaren heeft geduurd, te beëindigen. Ik zou dezen overgangsmaatregel zoo willen beëindigen, dat gewacht wordt tot den datum van 1 Juni 1940, wanneer de nieuwe ventvergunningen in werking komen, terwijl eenigen tijd tevoren hiervan mededeeling in dagbladen en vakbladen zou moeten geschieden.
        Ik zou het op prijs stellen, hierover het advies van de Commissie van Advies inzake Ventvergunningen te vernemen.
                          De Wethouder voor de Levensmiddelen,
                          Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
                          w.g.F.van Meurs,

Aan den Heer Directeur van den
dienst van het Marktwezen.

        De vergadering gaat hiermede accoord, nadat de Voorzitter voor de goede orde heeft opgemerkt, dat de woorden "omstreeks dien datum" uit des Wethouders brief zijns inziens moeten worden gelezen "omstreeks September 1933", daar dit in het algemeen de datum is geweest omstreeks welken van het venten een beroep moest zijn gemaakt.

De Voorzitter merkt ten aanzien van dit punt nog op, dat met deze zaak parallel gaat de kwestie van de gereed liggende ventvergunningen, die nog niet zijn afgehaald. De Wethouder past voor deze gevallen bereids een uitsterfsysteem toe. Zou het niet gewenscht zijn den Wethouder te vragen, deze aangelegenheid Dit document geeft inzicht in de bureaucratische afhandeling van straathandel in Amsterdam aan het eind van de jaren dertig. Centraal staat het afsluiten van een "overgangstoestand" die sinds 1935 van kracht was. Mensen die konden aantonen dat zij al vóór 1935 venter waren, konden ondanks het verstrijken van de officiële deadline nog een vergunning krijgen. Wethouder F. van Meurs stelt nu voor om deze uitzonderingsregel definitief te beëindigen op 1 juni 1940.

Opvallend is de precisering door de Voorzitter: hij stelt dat "omstreeks dien datum" (januari 1935) feitelijk gelezen moet worden als "september 1933". Dit suggereert een strengere handhaving van de bewijslast voor wie als beroepsventer aangemerkt wilde worden. Tevens wordt er melding gemaakt van een "uitsterfsysteem" voor niet-afgehaalde vergunningen, wat wijst op een beleid om het totale aantal actieve venters in de stad geleidelijk terug te dringen. De regulering van de straathandel was in de crisisjaren van groot belang voor het stadsbestuur om de concurrentie tussen winkeliers en venters te beheersen en de openbare orde (zoals in de genoemde Camperstraat) te handhaven.

Het document is gedateerd op november 1939, een periode van grote onzekerheid in Nederland vanwege de mobilisatie en de oorlogsdreiging. De genoemde datum van 1 juni 1940 voor de nieuwe vergunningen zou uiteindelijk samenvallen met de eerste weken van de Duitse bezetting, wat de uitvoering van dit specifieke gemeentelijke beleid ongetwijfeld heeft beïnvloed of doorkruist. De ondertekenaar, Wethouder Florentinus (Floor) van Meurs, was een SDAP-bestuurder die belast was met een breed scala aan sociale taken (Levensmiddelen en Volksbadhuizen).

Samenvatting

Dit document geeft inzicht in de bureaucratische afhandeling van straathandel in Amsterdam aan het eind van de jaren dertig. Centraal staat het afsluiten van een "overgangstoestand" die sinds 1935 van kracht was. Mensen die konden aantonen dat zij al vóór 1935 venter waren, konden ondanks het verstrijken van de officiële deadline nog een vergunning krijgen. Wethouder F. van Meurs stelt nu voor om deze uitzonderingsregel definitief te beëindigen op 1 juni 1940.

Opvallend is de precisering door de Voorzitter: hij stelt dat "omstreeks dien datum" (januari 1935) feitelijk gelezen moet worden als "september 1933". Dit suggereert een strengere handhaving van de bewijslast voor wie als beroepsventer aangemerkt wilde worden. Tevens wordt er melding gemaakt van een "uitsterfsysteem" voor niet-afgehaalde vergunningen, wat wijst op een beleid om het totale aantal actieve venters in de stad geleidelijk terug te dringen.

Historische Context

De regulering van de straathandel was in de crisisjaren van groot belang voor het stadsbestuur om de concurrentie tussen winkeliers en venters te beheersen en de openbare orde (zoals in de genoemde Camperstraat) te handhaven.

Het document is gedateerd op november 1939, een periode van grote onzekerheid in Nederland vanwege de mobilisatie en de oorlogsdreiging. De genoemde datum van 1 juni 1940 voor de nieuwe vergunningen zou uiteindelijk samenvallen met de eerste weken van de Duitse bezetting, wat de uitvoering van dit specifieke gemeentelijke beleid ongetwijfeld heeft beïnvloed of doorkruist. De ondertekenaar, Wethouder Florentinus (Floor) van Meurs, was een SDAP-bestuurder die belast was met een breed scala aan sociale taken (Levensmiddelen en Volksbadhuizen).

Locaties

Amsterdam (Gemeente Amsterdam).

Gerelateerde Documenten 1