Getypt verslag/notulen (doorslag of typoscript).
Origineel
Getypt verslag/notulen (doorslag of typoscript). -6-
ringen, dikwijls hun brood niet meer blijken te verdienen. Daarom stelt spreker voor, het rumoer te beperken en de beschikbare ruimte zoo te verdeelen, dat, rekening houdende met de ten deze bestaande moeilijkheden, zoo veel mogelijk kooplieden kunnen worden geplaatst.
De heer Gaaikema wijst den vorigen spreker erop, dat de Iepenweg niet ver van de Camperstraat verwijderd is, zoodat verplaatsing van de venters daarheen, waarschijnlijk niet te bezwaarlijk zal zijn.
De Secretaris stelt voor, teneinde te trachten de verschillende standpunten te verzoenen, het voorbeeld van de Weesperstraat te volgen. In principe worden de kooplieden geplaatst op den Iepenweg, doch bovendien op de hoeken van de zijstraten der Camperstraat en desnoods ook hier en daar een enkele koopman, die niet hinderlijk is, in de Camperstraat zelf.
De Voorzitter merkt op, dat op de hoeken van de zijstraten der Camperstraat reeds enkele standplaatsen zijn uitgegeven; zoo mogelijk kan men dit aantal iets uitbreiden.
De heer Neeter wijst nogmaals op het voordeel vervat in zijn voorstel, waardoor er geen wagens in de Camperstraat behoeven te komen. Op den Iepenweg kunnen niet alle kooplieden een bestaan vinden.
De heer Presser zegt nog, dat het koopende publiek in hoofdzaak langs de winkels gaat. Zou het nu zoo bezwaarlijk zijn, indien bijv. 4 kooplieden aan de winkelzijde der Camperstraat geplaatst zouden worden?
De Voorzitter vraagt, of de heer Presser dus misschien ook geen bezwaar maakt, indien eenige kooplieden aan de overzijde met een mand geplaatst zouden worden
De heer Presser heeft hier niets tegen, indien de kooplieden dit zelf wenschen.
De Voorzitter stelt voor het advies van de Commissie als volgt te formuleeren:
Standplaatsen worden verleend aan weerszijden van den rijweg van den Iepenweg. Bovendien zal worden overwogen standplaatsen uit te geven op de hoeken der zijstraten van de Camperstraat en - zoo noodig - zal een enkele koopman in de Camperstraat zelf een standplaats kunnen krijgen. Een ventverbod worde ingesteld voor den Iepenweg en de Camperstraat en 25 meter in de aangrenzende straten, behalve in de 1e Oosterparkstraat, waar het verbod voor 50 meter gelde.
De heer Van 't Hek stemt tegen het verleenen van standplaatsen, hoewel hij tegen het ventverbod geen bezwaar heeft.
De heer Gaaikema is bereid zijn medewerking te verleenen, om een voor allen aannemelijke oplossing te vinden. Echter maakt spreker uitdrukkelijk het voorbehoud, dat het standpunt van de Politie is, * Kernproblematiek: De discussie draait om het balanceren van het bestaansrecht van kleine handelaren (venters/kooplieden) tegenover de overlast ("rumoer") en de belangen van de vaste winkeliers in de Amsterdamse Oosterparkbuurt.
* Voorgestelde oplossing: Een concentratie van de handel in de Iepenweg, met zeer beperkte uitbreiding op de hoeken van de zijstraten van de Camperstraat. Dit is een klassiek voorbeeld van ruimtelijke ordening van markthandel.
* Standpunten: De heer Presser pleit voor de belangen van de kooplieden nabij de winkels, terwijl de voorzitter een formeel advies formuleert dat ook handhaving (het "ventverbod") bevat om de overlast te beperken.
* Handhaving: De specifieke vermelding van afstanden (25 en 50 meter) voor het ventverbod toont de bureaucratische precisie waarmee de openbare orde werd gereguleerd. Dit document is zeer waarschijnlijk een fragment uit de notulen van een Amsterdamse gemeenteraadscommissie of een marktcommissie uit de jaren '20 of '30 van de 20e eeuw. De genoemde straten (Camperstraat, Iepenweg, 1e Oosterparkstraat) bevinden zich in de Oosterparkbuurt. In die periode vond in Amsterdam een grote transitie plaats waarbij informele straathandel werd gereguleerd en verplaatst naar vaste marktlocaties om de doorgang voor het toenemende verkeer vrij te maken en de hygiëne te bevorderen. De genoemde "Weesperstraat" diende hierbij blijkbaar als succesvol referentiekader.