Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 152
Dossier 106
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een commissie- of bestuursvergadering).

Origineel

Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een commissie- of bestuursvergadering). -4-

aantal venters niet by hen terugkomen.
De heer Seegers vraagt waarom men geen garantieloon van byv. ƒ 15.- geeft opbasis van een provisiestelsel.
De ysfabrikanten verklaren hiertoe niet te kunnen overgaan. By een vast loon ontbreekt elke prikkel voor den venter om den verkoop zoo hoog mogelyk op te voeren.
De Voorzitter vraagt hoeveel venters men nog noodig heeft.
De ondernemingen: Vami, Sierkan, O.V.v.V., Arofa, Davia, Voco hebben tesamen nog ± 70 venters noodig.
De heer Stienstra deelt nog mede, dat hy 15 ysventers heeft opgeroepen die verleden jaar by hem gewerkt hebben; er is echter geen enkele verschenen.
De Voorzitter concludeert dat allereerst ernstige pogingen zullen moeten worden in het werk gesteld om het benoodigde aantal venters uit gesteunde venters te betrekken. Wanneer men hierin niet volledig mocht slagen zullen personen moeten worden opgeroepen, die verleden jaar reeds met ys hebben gevent.
De heer Presser verklaart aan dit voorstel niet zyn medewerking te kunnen geven zoolang hy niet weet, welke arbeidsvoorwaarden de yscofabrikanten bieden.
De heer Stienstra verklaart zich voor zyn bedryf bereid het aantal wagens niet verder uit te breiden.
De Voorzitter verzoekt den yscofabrikanten ten spoedigste een opgave in te zenden van het aantal venters, dat elk bedryf nog noodig heeft.
De yscofabrikanten zeggen dit toe.
De heeren Boelen, Stienstra en Smits verlaten de vergadering.
De heer Seegers wyst erop, dat men met deze oplossing de moeilykheden niet uit den weg heeft geruimd. Deze zullen elk jaar weder terugkomen met als gevolg jaarlyks een groote uitbreiding van het venterscorps.
De heer Presser heeft er bezwaar tegen, dat men nu de financieel zwakke venters, die steun genieten, gaat dwingen met ys te gaan venten voor een loon waarvoor de Commissie geen enkele verantwoordelykheid kan aanvaarden.
De Voorzitter zegt, dat geen enkele venter gedwongen zal worden met ys te gaan venten. De ys-fabrikanten moeten echter worden geholpen; het voortbestaan van hun zaken is ermede gemoeid.
De heer Neeter onderschryft dit.
De Voorzitter brengt het volgende voorstel in stemming:
Er zullen pogingen in het werk worden gesteld om de venters in steun te bewegen in dienst te treden by de yscofabrikanten. Indien deze pogingen niet slagen, zullen tydelyke vergunningen voor ys worden uitgegeven aan venters, die reeds vroeger hebben gevent, doch geen ventvergunning hebben aangevraagd.
De heer Seegers stemt tegen, omdat dit voorstel slechts een tydelyke oplossing geeft.
De heer Presser stemt tegen. Dit document legt een specifiek conflict vast binnen de arbeidsbemiddeling tijdens een economisch moeilijke periode (waarschijnlijk de Grote Depressie). De kern van het geschil draait om het tekort aan ijsventers voor grote bedrijven zoals de Vami en Sierkan.

De belangrijkste punten van discussie zijn:
1. Arbeidsvoorwaarden: De heer Seegers stelt een garantieloon voor van 15 gulden plus provisie. De fabrikanten wijzen dit af omdat ze geloven dat alleen een puur provisiesysteem (betaling per verkoop) de venters motiveert.
2. Werving vs. Dwang: Er is een tekort van ongeveer 70 venters. De Voorzitter wil dit gat opvullen door "gesteunde venters" (werklozen in de bijstand) te "bewegen" (overtuigen/dwingen) dit werk te gaan doen.
3. Verzet van de commissieleden: De heer Presser vreest voor uitbuiting; hij wil niet dat kwetsbare mensen gedwongen worden tot werk met onduidelijke of slechte voorwaarden waar de Commissie niet achter kan staan. De heer Seegers ziet het als een pleister op de wond en geen structurele oplossing voor het jaarlijkse tekort.
4. Bedrijfsbelang vs. Sociaal belang: De Voorzitter stelt het voortbestaan van de ijsbedrijven boven de bezwaren van de venters, hoewel hij formeel zegt dat er niet "gedwongen" zal worden. Het document biedt een inkijkje in de Nederlandse sociaaleconomische geschiedenis van de jaren 1930. Tijdens de crisisjaren was de werkloosheid hoog en de "steun" (sociale uitkering) karig. De overheid en diverse commissies probeerden werklozen actief aan het werk te krijgen, vaak in seizoensgebonden en onzekere banen zoals straatverkoop.

De genoemde bedrijven, zoals Vami (Verenigde Amsterdamse Melkinrichtingen) en Sierkan, waren bekende spelers in de zuivel- en ijsindustrie. De discussie over het "garantieloon" versus "provisiestelsel" is kenmerkend voor de vroege strijd om betere arbeidsrechten in sectoren met onregelmatig werk. De angst van de fabrikanten voor het ontbreken van een "prikkel" weerspiegelt de toenmalige liberale visie op arbeidsethos. Tenslotte toont de stemming aan het einde van de pagina de hiërarchische besluitvorming: ondanks de principiële tegenstand van Seegers en Presser, drukt de Voorzitter het voorstel door om de continuïteit van de industrie te waarborgen.

Samenvatting

Dit document legt een specifiek conflict vast binnen de arbeidsbemiddeling tijdens een economisch moeilijke periode (waarschijnlijk de Grote Depressie). De kern van het geschil draait om het tekort aan ijsventers voor grote bedrijven zoals de Vami en Sierkan.

De belangrijkste punten van discussie zijn:
1. Arbeidsvoorwaarden: De heer Seegers stelt een garantieloon voor van 15 gulden plus provisie. De fabrikanten wijzen dit af omdat ze geloven dat alleen een puur provisiesysteem (betaling per verkoop) de venters motiveert.
2. Werving vs. Dwang: Er is een tekort van ongeveer 70 venters. De Voorzitter wil dit gat opvullen door "gesteunde venters" (werklozen in de bijstand) te "bewegen" (overtuigen/dwingen) dit werk te gaan doen.
3. Verzet van de commissieleden: De heer Presser vreest voor uitbuiting; hij wil niet dat kwetsbare mensen gedwongen worden tot werk met onduidelijke of slechte voorwaarden waar de Commissie niet achter kan staan. De heer Seegers ziet het als een pleister op de wond en geen structurele oplossing voor het jaarlijkse tekort.
4. Bedrijfsbelang vs. Sociaal belang: De Voorzitter stelt het voortbestaan van de ijsbedrijven boven de bezwaren van de venters, hoewel hij formeel zegt dat er niet "gedwongen" zal worden.

Historische Context

Het document biedt een inkijkje in de Nederlandse sociaaleconomische geschiedenis van de jaren 1930. Tijdens de crisisjaren was de werkloosheid hoog en de "steun" (sociale uitkering) karig. De overheid en diverse commissies probeerden werklozen actief aan het werk te krijgen, vaak in seizoensgebonden en onzekere banen zoals straatverkoop.

De genoemde bedrijven, zoals Vami (Verenigde Amsterdamse Melkinrichtingen) en Sierkan, waren bekende spelers in de zuivel- en ijsindustrie. De discussie over het "garantieloon" versus "provisiestelsel" is kenmerkend voor de vroege strijd om betere arbeidsrechten in sectoren met onregelmatig werk. De angst van de fabrikanten voor het ontbreken van een "prikkel" weerspiegelt de toenmalige liberale visie op arbeidsethos. Tenslotte toont de stemming aan het einde van de pagina de hiërarchische besluitvorming: ondanks de principiële tegenstand van Seegers en Presser, drukt de Voorzitter het voorstel door om de continuïteit van de industrie te waarborgen.

Gerelateerde Documenten 3