Getypte notulen (doorslag of stencil).
Origineel
Getypte notulen (doorslag of stencil). -3-
De heer Cohen zegt, dat de Politie niet zal medewerken om de moeilykheden der ysco-fabrikanten op te heffen. Het zal nu wellicht niet meer voorkomen, dat er 3 ysventers in één straat staan te verkoopen. Vooral des avonds wordt hiermede de rust ten zeerste gediend.
De Voorzitter onderschryft de meening van den heer Van 't Hek. Het ligt inderdaad niet op den weg der Commissie, om zich te mengen in arbeidsvoorwaarden.
De heeren Boelen, Stienstra en Smitz, bestuursleden van den Nederlandschen Bond van Yscofabrikanten "NYFAH" komen ter vergadering.
De Voorzitter zet uiteen, dat het niet mogelyk is collectieve vergunningen te verstrekken. De Ventverordening schryft voor dat de vergunningen persoonlyk zyn. Er zyn echter een groot aantal venters in steun, die gaarne zullen willen werken. Spreker meent, dat dit geheele vraagstuk wordt beheerscht door het loon, dat de venters kunnen verdienen.
De heer Boelen schetst de moeilykheden der yscofabrikanten. Het is niet mogelyk gebleken, voldoende personeel met een ventvergunning te krygen met het gevolg, dat een groot gedeelte van het wagenpark renteloos staat. Spreker dringt er op aan voor dezen zomer de Ventverordening voor de yscofabrikanten niet te doen gelden, zoodat men vry zal zyn in de keuze van het personeel.
De heer Stienstra merkt op, dat de lonnen en arbeidsvoorwaarden de laatste 3 jaren niet slechter zyn geworden. Vorige jaren kon spreker voldoende personeel krygen. J.l. Zondag waren echter 20 van de 34 wagens niet bezet, terwyl het prachtig weer was. Spreker herinnert aan een vroeger gedane toezegging der Commissie. Indien er moeilykheden zouden ryzen by het verkrygen van personeel, dan zou de Gemeente de Ysco-fabrikanten helpen. Thans zyn deze moeilykheden er. Spreker deelt nog mede, dat j.l. Zondag gemiddeld ƒ 7.50 loon is uitbetaald. Eén venter heeft zelfs ƒ 16.- verdiend. Een bekwame venter is in staat een behoorlyk weekloon te verdienen.
De Voorzitter vraagt of er wellicht ysventers zyn, die vorige jaren steeds gevent hebben, doch niettemin geen ventvergunning hebben aangevraagd.
De ysfabrikanten beantwoorden deze vraag bevestigend.
De Voorzitter geeft als zyn meening te kennen, dat, wanneer op geen andere wyze venters met een vergunning kunnen worden verkregen, dan een aantal vergunningen kunnen worden uitgereikt aan personen, die vroeger gevent hebben, doch die nog geen ventvergunning hebben aangevraagd.
De heer Presser wyst erop, dat men op deze wyze jaarlyks het venterscorps vergroot. De ysfabrikanten zullen volgend jaar weer voor dezelfde moeilykheden komen. Ook dan zullen er weer een [tekst breekt af] * Kernproblematiek: De ijsfabrikanten (verenigd in de NYFAH) kampen met een tekort aan personeel dat over de juiste ventvergunning beschikt. Hierdoor staat een groot deel van hun wagens stil, wat leidt tot inkomstenderving ("renteloos staan").
* Juridische strijd: De fabrikanten willen een uitzondering op de Ventverordening of collectieve vergunningen om flexibeler personeel te kunnen aannemen. De overheid houdt vast aan persoonlijke vergunningen om de orde op straat te handhaven (geen overvloed aan verkopers in één straat).
* Economische aspecten: Er wordt gesproken over daglonen van ƒ 7,50 tot ƒ 16,00. Dit was voor die tijd een aanzienlijk bedrag voor ongeschoold werk, wat suggereert dat het probleem niet zozeer de betaling was, maar de bureaucreatie rondom de vergunningverlening.
* Tegenstand: De heer Presser waarschuwt voor inflatie van het aantal vergunningen; hij ziet de voorgestelde oplossing van de Voorzitter als een korte-termijnoplossing die het probleem in de toekomst alleen maar groter maakt. Dit document stamt uit de periode van de vooroorlogse crisisjaren in Nederland (jaren '30). De term "venters in steun" verwijst naar werklozen die een uitkering (steun) ontvingen. In deze periode was de straathandel strikt gereguleerd via gemeentelijke verordeningen om de concurrentie te beperken en de openbare orde te bewaken. De "NYFAH" (Nederlandsche Bond van Yscofabrikanten) behartigde de belangen van de grotere ijsfabrieken die met hun karren het straatbeeld bepaalden. De discussie weerspiegelt de spanning tussen ondernemersvrijheid en gemeentelijke regulering in een tijd van hoge werkloosheid.