Doorslag van een ambtelijke brief (gemeentelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief (gemeentelijke correspondentie). 8 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven handgeschreven paraaf/naam, onleesbaar]
[Rechtsboven getypt:] VD/HG.
[Midden boven, handgeschreven in paars potlood:] Verzonden 11/11
[Midden boven, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
24/14/2 M. diverse 8 November 1941.
Verzoek Standwerkersbond
"D.S.V." i.z.H.Goldberg.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 23 dezer om
advies ontvangen stukken No.24/4 L.M.1941 heb ik de eer U te berich-
ten, dat H.Goldberg tot het Joodsche ras behoort, zoodat hij niet
meer tot de weekmarkt op het Amstelveld kan worden toegelaten..
Ik geef U in overweging dienovereenkomstig aan adressante te
berichten.
De Directeur, Dit document is een kil en bureaucratisch bewijsstuk van de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland.
* Inhoud: De Standwerkersbond "D.S.V." (vermoedelijk 'Door Samenwerking Vooruit') heeft een verzoek ingediend betreffende een zekere H. Goldberg. De directeur van de betreffende gemeentelijke dienst stelt vast dat Goldberg "tot het Joodsche ras behoort". Op basis van dit 'feit' wordt geconcludeerd dat hij niet langer welkom is op de weekmarkt op het Amstelveld in Amsterdam.
* Toon: De toon is strikt zakelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "geef U in overweging"). Er is geen sprake van morele twijfel; de uitsluiting van een burger op basis van afkomst wordt gepresenteerd als een logisch administratief voldongen feit.
* Betekenis: Het document illustreert hoe de Nederlandse gemeentelijke administratie meewerkte aan de isolatie en economische uitsluiting van de Joodse bevolking. De term "Joodsche ras" verwijst direct naar de nazi-ideologie en de bijbehorende verordeningen die in Nederland werden ingevoerd. Ten tijde van dit schrijven, november 1941, was de vervolging van Joden in Nederland al vergevorderd.
* Verordeningen: In januari 1941 was Verordening 6/1941 van kracht geworden, die de registratie van alle personen van "geheel of gedeeltelijk Joodschen bloede" verplichtte. Dit maakte de administratieve controle zoals in deze brief te zien is mogelijk.
* Economische uitsluiting: Vanaf medio 1941 werden Joden stelselmatig geweerd uit openbare beroepen, verenigingen en uiteindelijk ook van de markten. In Amsterdam leidde dit ertoe dat Joodse marktkooplieden vanaf september 1941 alleen nog op speciaal aangewezen "Joodsche markten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat) mochten staan, en verbannen werden van algemene markten zoals die op het Amstelveld.
* Rol van organisaties: Het is wrang om te zien dat een standwerkersbond (D.S.V.) hierbij betrokken is; vaak waren dergelijke verzoeken een gevolg van 'ariërisering' van verenigingen of vragen over de geldigheid van vergunningen onder de nieuwe bezettingswetten.