Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 25 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Extra
HG.
den Heer J. Koordes,
Albert Cuypstraat 205 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
25/2/2 M. 25 Februari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 December jl. verleen ik U hierbij vrijstelling van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te bezetten gedurende den tijd dat U in Frankrijk werkt.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Onderwerp: Het verlenen van vrijstelling voor de bezettingsplicht van een marktplaats op de Albert Cuypmarkt.
* Inhoud: De heer Koordes heeft op 31 december 1940 verzocht om tijdelijk zijn marktplaats niet te hoeven innemen omdat hij in Frankrijk gaat werken. De directeur stemt hiermee in, mits de wekelijkse marktgelden (staangeld) wel gewoon doorbetaald worden aan de dienstdoende ambtenaar.
* Toon: Formeel en zakelijk. Het document is een typisch voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van marktvergunningen in Amsterdam.
* Opvallend: De geadresseerde woonde op de Albert Cuypstraat zelf (nr. 205), wat destijds gebruikelijk was voor marktkooplieden in de wijk De Pijp. Dit document stamt uit februari 1941, een bewogen maand in de geschiedenis van Amsterdam (de maand van de Februaristaking). Hoewel de brief een strikt administratief karakter heeft, is de verwijzing naar "werken in Frankrijk" historisch interessant.
In 1941, tijdens de Duitse bezetting, werden Nederlandse arbeiders (soms vrijwillig wegens werkloosheid, later gedwongen) ingezet voor projecten van de bezetter, waaronder de bouw van de Atlantikwall in Frankrijk of werkzaamheden voor de Organisation Todt.
Daarnaast was de Albert Cuypmarkt een plek die in deze periode zwaar onder druk stond door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Vanaf begin 1941 werden Joodse kooplieden steeds vaker geweerd of beperkt in hun vrijheid, wat de dynamiek op de markt in deze specifieke maand fundamenteel veranderde. Dit document laat zien dat voor niet-Joodse kooplieden (of kooplieden die nog niet direct door de maatregelen getroffen waren) de reguliere administratieve regels omtrent marktgelden en aanwezigheidsplicht van kracht bleven.