Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 21
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (verzoekschrift aan de dienst Marktwezen).

12 maart 1941. Van: M. J. van Hoeck. Aan: Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Dossier: 22

Origineel

Brief (verzoekschrift aan de dienst Marktwezen). 12 maart 1941. M. J. van Hoeck. Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Nº 22 / 1 / 3 M. 1941 15/3
Amsterdam 12 Maart 1941.

Mijnheer,

Voor Uw welwillende medewerking mocht ik van Markt wezen mijn standplaats, Bloemenmarkt Singel, tot 1 April onbezet laten.
De huidige tijdsomstandigheden zijn van dien aard, dat ik wederom zoo vrij ben, 6 maanden uitstel te vragen voor het bezetten van mijn plaats.

Redenen,
Buiten mijn eigen gezin onderhoud ik ook mijn moeder, en waar de handel op de Bloemenmarkt zoo slecht gaat, dat geen gezin er gewoon van kan bestaan, zoo zou ik heele-maal niet mijn plichten kunnen nakomen.
Persoonlijk zou ik niets liever willen dan direkt terug te komen naar de standplaats waar wij al meer dan 30 jaar staan, doch momenteel heb ik een tijdelijke betrekking (uitvoeren van werken in dienst der Weermacht) waardoor ik beter mijn maatschappelijke plichten kan vervullen.
Onsportief zijn om, mijn betrekking te houden en toch mijn plaats te bezetten wil ik niet.
Laat een ander op mijn plaats zoo lang een stuk brood verdienen, doch houdt voor mij deze plaats in reserve opdat ik wanneer mijn werk afgelopen is, ik wederom op mijn standplaats terug kan en mag komen.

Van harte hopende dat U mij dus nog uitstel wilt verleenen teeken ik met verschuldigde gevoelens.

M. J. v. Hoeck
Nieuwe Looiersstr 21 II a'dam In deze brief verzoekt M. J. van Hoeck om een verlenging van het uitstel voor het innemen van zijn standplaats op de Amsterdamse Bloemenmarkt aan het Singel. De schrijver voert hiervoor zowel economische als morele redenen aan.

Ten eerste wijst hij op de slechte economische staat van de bloemenhandel tijdens de bezetting, waardoor hij zijn gezin en zijn hulpbehoevende moeder niet kan onderhouden. Ten tweede vermeldt hij dat hij tijdelijk werk heeft gevonden bij de Weermacht. Dit werk biedt hem meer financiële zekerheid om aan zijn "maatschappelijke plichten" te voldoen.

Opvallend is de ethische argumentatie van de schrijver: hij vindt het "onsportief" om de marktplaats bezet te houden terwijl hij elders werkt. Hij stelt voor om de plaats tijdelijk aan een ander af te staan ("een stuk brood verdienen"), mits hij de garantie krijgt dat de plek voor hem gereserveerd blijft voor wanneer zijn tijdelijke werk eindigt. De toon van de brief is uiterst beleefd en respectvol richting de autoriteiten. De brief dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische situatie was in deze periode precair; de bloemenhandel werd zwaar getroffen door schaarste en een dalende koopkracht onder de bevolking.

Het vermelden van werk voor de "Weermacht" (de Duitse strijdkrachten) was in die tijd een veelvoorkomende realiteit voor veel Nederlandse arbeiders en kleine zelfstandigen die door de oorlogsomstandigheden hun oorspronkelijke nering niet meer konden uitoefenen. Het werken voor de bezetter werd hier vaak puur uit pragmatisme en noodzaak gedaan om honger en armoede te voorkomen.

De Bloemenmarkt aan het Singel is een historisch icoon van Amsterdam; het feit dat de familie van de schrijver daar al "meer dan 30 jaar" stond (dus sinds circa 1910), onderstreept het belang van de standplaats voor hun identiteit en bestaansrecht op de lange termijn. De brief biedt een inkijkje in hoe gewone burgers trachtten te navigeren tussen overlevingsdrang en het behoud van hun rechten in een ontwrichte samenleving. J. van Hoeck Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt M. J. van Hoeck om een verlenging van het uitstel voor het innemen van zijn standplaats op de Amsterdamse Bloemenmarkt aan het Singel. De schrijver voert hiervoor zowel economische als morele redenen aan.

Ten eerste wijst hij op de slechte economische staat van de bloemenhandel tijdens de bezetting, waardoor hij zijn gezin en zijn hulpbehoevende moeder niet kan onderhouden. Ten tweede vermeldt hij dat hij tijdelijk werk heeft gevonden bij de Weermacht. Dit werk biedt hem meer financiële zekerheid om aan zijn "maatschappelijke plichten" te voldoen.

Opvallend is de ethische argumentatie van de schrijver: hij vindt het "onsportief" om de marktplaats bezet te houden terwijl hij elders werkt. Hij stelt voor om de plaats tijdelijk aan een ander af te staan ("een stuk brood verdienen"), mits hij de garantie krijgt dat de plek voor hem gereserveerd blijft voor wanneer zijn tijdelijke werk eindigt. De toon van de brief is uiterst beleefd en respectvol richting de autoriteiten.

Historische Context

De brief dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De economische situatie was in deze periode precair; de bloemenhandel werd zwaar getroffen door schaarste en een dalende koopkracht onder de bevolking.

Het vermelden van werk voor de "Weermacht" (de Duitse strijdkrachten) was in die tijd een veelvoorkomende realiteit voor veel Nederlandse arbeiders en kleine zelfstandigen die door de oorlogsomstandigheden hun oorspronkelijke nering niet meer konden uitoefenen. Het werken voor de bezetter werd hier vaak puur uit pragmatisme en noodzaak gedaan om honger en armoede te voorkomen.

De Bloemenmarkt aan het Singel is een historisch icoon van Amsterdam; het feit dat de familie van de schrijver daar al "meer dan 30 jaar" stond (dus sinds circa 1910), onderstreept het belang van de standplaats voor hun identiteit en bestaansrecht op de lange termijn. De brief biedt een inkijkje in hoe gewone burgers trachtten te navigeren tussen overlevingsdrang en het behoud van hun rechten in een ontwrichte samenleving.

Genoemde Personen 1

Locaties

Bloemenmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Bloem Tuin & Plant: Bloemen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen