Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 25 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer I. Fontijn, De Rijpgracht 42 II, Amsterdam-West. [Handgeschreven linksboven:] Verzonden 25/1
[Handgeschreven rechtsboven:] L. de Veer
[Handgeschreven rechtsboven, onder de naam:] HG.
den Heer I.Fontijn,
De Rijpgracht 42 II,
Amsterdam-West.
Wijk 26.
25/14/2 M. 25 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 Januari jl. verleen
ik U hierbij tot uiterlijk 1 Maart a.s. uitstel van Uw verplichting
om regelmatig op de markt Albert Cuypstraat een plaats in te nemen.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief betreft een officiële toestemming voor het tijdelijk niet nakomen van de marktverplichting. De heer I. Fontijn krijgt tot 1 maart 1941 uitstel om zijn vaste plaats op de Albert Cuypmarkt in te nemen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk, typerend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "jl." voor jongstleden, "a.s." voor aanstaande, en de aanspreekvorm "den Heer").
* Administratieve context: De aantekening "Verzonden 25/1" bevestigt de administratieve verwerking op de dag van datering. De afkorting "HG." zou kunnen staan voor een specifieke afdeling of een paraaf van een ambtenaar. * Historische periode: De brief is gedateerd januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden de regels voor marktkooplieden steeds strenger gehandhaafd en werden Joodse kooplieden gaandeweg uitgesloten van de openbare markten.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt in Amsterdam-Zuid was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De geadresseerde woonde in Amsterdam-West (De Rijpgracht).
* Betekenis: Hoewel de brief een zakelijke toon heeft over een administratief uitstel, krijgt dergelijke correspondentie uit deze specifieke oorlogsperiode vaak een zwaardere lading in archieven die te maken hebben met de vervolging of de beperking van bewegingsvrijheid van burgers. Het is niet direct uit de tekst afleidbaar wat de reden voor het uitstelverzoek van de heer Fontijn was. I. Fontijn L. de Veer