Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 276
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

14 februari 1941. Van: Marktkoopliedenvereeniging "Vooruitgang Zij Ons Doel" (Secretaris A.N. Prins). Aan: Directeur van de Dienst Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 14 februari 1941. Marktkoopliedenvereeniging "Vooruitgang Zij Ons Doel" (Secretaris A.N. Prins). Directeur van de Dienst Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
MARKTKOOPLIEDENVEREENIGING
"VOORUITGANG ZIJ ONS DOEL"

[Stempel midden boven]
Nº 25 / 25 / 1 M. 1941 17/2

[Rechtsboven]
GEM. GIRO
M. 3 8 5 0

[Linkermarge]
OPGERICHT 2 JUNI 1934
KON. GOEDGEK. 1 MEI 1936
SECR. A.N. Prins
Wijttenbachstr. 61
TELEFOON 5-3-8-2-7
No.
ONDERWERP:
verz. dispensatie
bez. standpl.

[Inhoud brief]
AMSTERDAM, 14 Februari 1941

Den Heer Directeur Dienst
Marktwezen
Jan van Galenstr.
West.

[Handgeschreven in potlood:] m. Jurp

Geachte Heer Directeur

Beleefd brengen wij U ter kennis, dat wij in opdracht van ons Bestuurslid A.H. da Silva Rosa U verzoeken, in aansluiting op de dezer dagen gewijzigde Marktbepalingen, dispensatie te verleenen voor het bezetten van zijn standplaats Albert Cuypmarkt. Dit door het feit, dat genoemde Bestuurder voor onzen Bond werkzaamheden verricht, welken door de verplichte lichtverduistering des daags geschieden.

Onzen Bestuurder bezet reeds de Uilenburg- en Westerstraatmarkt en heeft zoodoende weinig gelegenheid over zijn standplaats Alb. Cuypmarkt drie dagen te bezoeken. Dit verzoek geldt dan ook voorloopig dispensatie te verleenen, zijn plaats tweemaal per week te mogen bezetten.

Inmiddels verwachtende, dat U dit verzoek zult billijken en een gun stig besluit zult kenbaar maken,

teekenen wij met dank en hoogachting
namens het Bestuur

[Handtekening] A. Prins
SECR.
[Handgeschreven getal:] 15 De brief is een formeel verzoek van een beroepsvereniging aan de Amsterdamse overheid. De kern van het verzoek is een versoepeling van de aanwezigheidsplicht voor marktkoopman A.H. da Silva Rosa.

Vanwege gewijzigde marktbepalingen moest een koopman waarschijnlijk vaker aanwezig zijn op zijn standplaats (in dit geval drie keer per week op de Albert Cuypmarkt). De vereniging voert aan dat Da Silva Rosa als bestuurslid belangrijk werk verricht voor de bond. Door de oorlogsomstandigheden (de verplichte verduistering 's avonds) moet dit werk overdag gebeuren, waardoor hij in tijdsnood komt, zeker omdat hij ook op de markten in de Uilenburgerstraat en de Westerstraat staat. Er wordt verzocht om zijn aanwezigheidsplicht op de 'Cuyp' te verlagen naar twee keer per week. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum en de genoemde personen:
1. Oorlogstijd: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting, slechts elf dagen voor de Februaristaking (25-26 februari 1941). De "verplichte lichtverduistering" waarnaar wordt verwezen, was een maatregel van de bezetter om geallieerde luchtaanvallen te bemoeilijken.
2. Joodse context: De naam A.H. da Silva Rosa (Aron Heijman da Silva Rosa) wijst op een Sefardisch-Joodse achtergrond. De genoemde markten (Albert Cuyp en met name de Uilenburgermarkt in de oude Jodenbuurt) hadden in die tijd veel Joodse kooplieden.
3. Toenemende repressie: Kort na het schrijven van deze brief werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam drastisch aangescherpt. Joden werden verbannen uit verenigingen en mochten vanaf de zomer van 1941 alleen nog op specifieke 'Joodse markten' staan. Het is zeer waarschijnlijk dat Da Silva Rosa niet lang na deze brief zijn werkzaamheden op deze wijze niet meer kon voortzetten.
4. Dienst Marktwezen: De ontvanger is gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de locatie van de in 1934 geopende Centrale Markthallen. Dit was het administratieve hart van het Amsterdamse marktwezen.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van een beroepsvereniging aan de Amsterdamse overheid. De kern van het verzoek is een versoepeling van de aanwezigheidsplicht voor marktkoopman A.H. da Silva Rosa.

Vanwege gewijzigde marktbepalingen moest een koopman waarschijnlijk vaker aanwezig zijn op zijn standplaats (in dit geval drie keer per week op de Albert Cuypmarkt). De vereniging voert aan dat Da Silva Rosa als bestuurslid belangrijk werk verricht voor de bond. Door de oorlogsomstandigheden (de verplichte verduistering 's avonds) moet dit werk overdag gebeuren, waardoor hij in tijdsnood komt, zeker omdat hij ook op de markten in de Uilenburgerstraat en de Westerstraat staat. Er wordt verzocht om zijn aanwezigheidsplicht op de 'Cuyp' te verlagen naar twee keer per week.

Historische Context

Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum en de genoemde personen:
1. Oorlogstijd: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting, slechts elf dagen voor de Februaristaking (25-26 februari 1941). De "verplichte lichtverduistering" waarnaar wordt verwezen, was een maatregel van de bezetter om geallieerde luchtaanvallen te bemoeilijken.
2. Joodse context: De naam A.H. da Silva Rosa (Aron Heijman da Silva Rosa) wijst op een Sefardisch-Joodse achtergrond. De genoemde markten (Albert Cuyp en met name de Uilenburgermarkt in de oude Jodenbuurt) hadden in die tijd veel Joodse kooplieden.
3. Toenemende repressie: Kort na het schrijven van deze brief werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam drastisch aangescherpt. Joden werden verbannen uit verenigingen en mochten vanaf de zomer van 1941 alleen nog op specifieke 'Joodse markten' staan. Het is zeer waarschijnlijk dat Da Silva Rosa niet lang na deze brief zijn werkzaamheden op deze wijze niet meer kon voortzetten.
4. Dienst Marktwezen: De ontvanger is gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de locatie van de in 1934 geopende Centrale Markthallen. Dit was het administratieve hart van het Amsterdamse marktwezen.