Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 294
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verslag of getuigenis op gelinieerd papier (pagina 2).

Origineel

Handgeschreven verslag of getuigenis op gelinieerd papier (pagina 2). 2
Als chef der 1e Marktafdeeling had ik tot het voor-
jaar van 1933 eveneens de de markt onder mijn
beheer en tijdens de werkzaamheden aldaar
in dien tijd ondervonden de marktambtenaren
aldaar steeds den druk van een groepje fruithoop-
lieden en eenige vasteplaats-houders der tweede
markt om een plaats te bemachtigen, al was
het vaak maar voor eenige uren, op het toender-
tijd meer goede gedeelte der de markt, nl. de 1e markt,
waarop eveneens de plaats van wijlen den heer
Wekker was gelegen.
In 1933 werd mij door de voormalige Directie
zooals ik reeds memoreerde, het beheer ontnomen
en werd de genoemde groep hooflieden
door middel van hun spreekbuizen de advi-
seurs der Directie.
Het eigenbelang dezer heeren lag er vaak
dik bovenop en dit is m.i. de oorzaak geworden
dat Mw. Wekker, die rechtens de plaats van
haar overleden man toekwam, de plaats werd
ontnomen.
Herhaaldelijk heeft de fam. Wekker getracht
het haar inziens aangedaan onrecht ongedaan
gemaakt te krijgen, hetgeen uit de correspondentie
die de fam. Wekker meermalen met de Directie van
het Marktwezen heeft gevoerd alsnog kan blijken. * Toon en strekking: De auteur schrijft vanuit een verongelijkte positie. Hij suggereert dat zijn ontslag uit de beheerfunctie in 1933 de weg vrijmaakte voor een "groepje hooflieden" (invloedrijke handelaren) om de directie te beïnvloeden.
* Gevoerde argumentatie: Er is sprake van een specifiek conflict over marktplaatsen. Handelaren van de minder populaire 'tweede markt' probeerden met druk plekken op de 'eerste markt' te bemachtigen. Volgens de auteur is Mevrouw Wekker het slachtoffer geworden van deze intriges; zij verloor de rechten op de standplaats van haar overleden echtgenoot ten gunste van de belangen van deze lobbygroep.
* Paleografische opmerkingen: Het handschrift is een vlot zakelijk lopend schrift uit het interbellum. Opvallend is het gebruik van een symbool (gelijkend op een @) als afkorting voor het lidwoord "de". In de transcriptie is dit vertaald naar de volledige tekst voor de leesbaarheid. Dit document werpt licht op de interne politiek van de stedelijke marktverordening in de jaren '30. Marktplaatsen waren in deze tijd een vitale bron van inkomsten en de toewijzing ervan was streng gereguleerd, maar blijkbaar ook gevoelig voor cliëntelisme. Het recht van weduwen om de nering van hun overleden man voort te zetten was een sociaal en juridisch gevoelig punt. De tekst lijkt deel uit te maken van een officieel bezwaarschrift of een naoorlogse reconstructie van bestuurlijk onrecht, gezien de focus op "aangedaan onrecht" en de verwijzing naar bewijsvoerende correspondentie.

Samenvatting

  • Toon en strekking: De auteur schrijft vanuit een verongelijkte positie. Hij suggereert dat zijn ontslag uit de beheerfunctie in 1933 de weg vrijmaakte voor een "groepje hooflieden" (invloedrijke handelaren) om de directie te beïnvloeden.
  • Gevoerde argumentatie: Er is sprake van een specifiek conflict over marktplaatsen. Handelaren van de minder populaire 'tweede markt' probeerden met druk plekken op de 'eerste markt' te bemachtigen. Volgens de auteur is Mevrouw Wekker het slachtoffer geworden van deze intriges; zij verloor de rechten op de standplaats van haar overleden echtgenoot ten gunste van de belangen van deze lobbygroep.
  • Paleografische opmerkingen: Het handschrift is een vlot zakelijk lopend schrift uit het interbellum. Opvallend is het gebruik van een symbool (gelijkend op een @) als afkorting voor het lidwoord "de". In de transcriptie is dit vertaald naar de volledige tekst voor de leesbaarheid.

Historische Context

Dit document werpt licht op de interne politiek van de stedelijke marktverordening in de jaren '30. Marktplaatsen waren in deze tijd een vitale bron van inkomsten en de toewijzing ervan was streng gereguleerd, maar blijkbaar ook gevoelig voor cliëntelisme. Het recht van weduwen om de nering van hun overleden man voort te zetten was een sociaal en juridisch gevoelig punt. De tekst lijkt deel uit te maken van een officieel bezwaarschrift of een naoorlogse reconstructie van bestuurlijk onrecht, gezien de focus op "aangedaan onrecht" en de verwijzing naar bewijsvoerende correspondentie.