Ambtelijke notitie / correspondentie betreffende marktzaken.
Origineel
Ambtelijke notitie / correspondentie betreffende marktzaken. 11 april 1941 (met een aanvulling van 29 april 1941). Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.
In verband met bijgaand verzoek van G. A. van
Komen, voorn. pl. 254, bericht ik U, dat mij geen
bezwaar bestaat, dat hem uitstel van plaatsbetalen
wordt verleend, mits het marktgeld regelmatig
voldaan wordt.
Zoo zulks niet geschiedt, behoort de intrekking
per 1 Apr. l.l. van kracht te blijven.
Amst. 11 Apr. '41
[Handtekening, mogelijk J.G. Meuleman]
Bij teruggave van de plaats
zou Komen moeten betalen:
4-24 Jan '40 4.05
26 Jan - 1 Feb '41 1.35
2 Feb. - 19 April '41 14.85
20.25
af: 2 weken steun 2.70
Totaal t/m 19 April '41 17.55
Th. van Duinhoven [paraaf]
zie advies op achterzijde
brief v. Komen.
29-4-'41
de Kas Het document is een interne beslissing van het Amsterdamse Marktwezen. Een koopman genaamd G.A. van Komen heeft verzocht om uitstel van betaling voor zijn marktplaats (nummer 254). De inspecteur gaat hiermee akkoord, maar stelt een strikte voorwaarde: als de betalingen vanaf nu niet regelmatig binnenkomen, wordt zijn vergunning alsnog per direct (met terugwerkende kracht tot 1 april) ingetrokken.
Onderaan het document is een nauwkeurige rekensom gemaakt van de achterstand. Wat hierbij opvalt, is dat de schuld wordt verminderd met een bedrag aan "steun" (2,70 gulden voor twee weken). Dit duidt erop dat de marktkoopman een vorm van sociale uitkering ontving, die door de gemeente direct werd ingehouden om de schuld af te lossen. Dit wijst op de penibele financiële situatie waarin veel kleine handelaren zich bevonden tijdens de oorlogsjaren. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (april 1941). In deze tijd was de economische situatie in Amsterdam gespannen. Grondstoffenschaarste en distributiebonnen maakten het drijven van handel op de markt steeds lastiger. De ambtelijke molen draaide echter onverstoorbaar door; de inning van marktgeld was essentieel voor de gemeentelijke inkomsten. De term "steun" verwijst naar de sociale voorzieningen uit die tijd, waarbij de overheid vaak een directe koppeling legde tussen verleende hulp en openstaande betalingsverplichtingen aan diezelfde overheid. De notitie "de Kas" rechtsonder geeft aan dat de financiële afwikkeling van deze zaak daar uiteindelijk is geregistreerd.