Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 439
Dossier 15
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Sommatie

16 juni 1941 Van: De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.)

Origineel

Dienstbrief / Sommatie 16 juni 1941 De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.) [Logo: Drie kruisen van Amsterdam in een gestileerde poort]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM HG.

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 25/57/4 M.
BIJLAGE ____
ONDERWERP : _
_____

[Handgeschreven, boven:] Verzonden 16/6

AMSTERDAM (W.) 16 Juni 1941.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN den Heer A.Schelvis,
Lepelstraat 76 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.

U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toebehooren, voor de kramenverlichting op de markt Albert Cuypstraat ten spoedigste in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar van bovengenoemde markt.

De Directeur,

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Het betreft een zakelijke, dwingende mededeling van de Dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De toon is formeel en ambtelijk ("U gelieve", "ten spoedigste"). De brief is gericht aan Abraham Schelvis, een marktkoopman die op dat moment woonachtig was in de Lepelstraat, een straat in de toenmalige Jodenbuurt.

Opvallend is dat de brief specifiek vraagt om de inlevering van bedrijfsmiddelen (een elektriciteitssnoer met toebehoren) die nodig zijn om de handel op de Albert Cuypmarkt uit te oefenen. De vermelding "Wijk 10" rechtsboven de adresgegevens was een administratieve indeling van de stad die in die periode nauwgezet werd bijgehouden, vaak in relatie tot de bevolkingsregisters. Dit document moet worden bezien in het licht van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Nederland. In juni 1941 was de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven in volle gang.

Sinds mei 1941 werden Joodse marktkooplieden systematisch geweerd van de reguliere Amsterdamse markten, waaronder de Albert Cuypmarkt. Zij mochten hun beroep daar niet langer uitoefenen en werden gedwongen te verhuizen naar speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat).

De sommatie om het verlichtingssnoer "ten spoedigste" in te leveren is een direct gevolg van het feit dat de heer Schelvis zijn standplaats op de Albert Cuypstraat was kwijtgeraakt vanwege de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Abraham Schelvis (geboren in 1904) staat in de archieven van het Joods Monument vermeld als marktkoopman. Hij werd later gedeporteerd en is in 1943 vermoord in Sobibor. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische wijze waarop Joodse Amsterdammers van hun middelen van bestaan werden beroofd.

Samenvatting

Het betreft een zakelijke, dwingende mededeling van de Dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De toon is formeel en ambtelijk ("U gelieve", "ten spoedigste"). De brief is gericht aan Abraham Schelvis, een marktkoopman die op dat moment woonachtig was in de Lepelstraat, een straat in de toenmalige Jodenbuurt.

Opvallend is dat de brief specifiek vraagt om de inlevering van bedrijfsmiddelen (een elektriciteitssnoer met toebehoren) die nodig zijn om de handel op de Albert Cuypmarkt uit te oefenen. De vermelding "Wijk 10" rechtsboven de adresgegevens was een administratieve indeling van de stad die in die periode nauwgezet werd bijgehouden, vaak in relatie tot de bevolkingsregisters.

Historische Context

Dit document moet worden bezien in het licht van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Nederland. In juni 1941 was de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven in volle gang.

Sinds mei 1941 werden Joodse marktkooplieden systematisch geweerd van de reguliere Amsterdamse markten, waaronder de Albert Cuypmarkt. Zij mochten hun beroep daar niet langer uitoefenen en werden gedwongen te verhuizen naar speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat).

De sommatie om het verlichtingssnoer "ten spoedigste" in te leveren is een direct gevolg van het feit dat de heer Schelvis zijn standplaats op de Albert Cuypstraat was kwijtgeraakt vanwege de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Abraham Schelvis (geboren in 1904) staat in de archieven van het Joods Monument vermeld als marktkoopman. Hij werd later gedeporteerd en is in 1943 vermoord in Sobibor. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de bureaucratische wijze waarop Joodse Amsterdammers van hun middelen van bestaan werden beroofd.