Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 479
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief.

20 mei 1941. Van: Mevr. G.W. Hartkamp, Albert Cuypstraat 198, Amsterdam-Zuid. Aan: Edward Voûte, de regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Dossier: 25/60/1, 551

Origineel

Getypt afschrift van een brief. 20 mei 1941. Mevr. G.W. Hartkamp, Albert Cuypstraat 198, Amsterdam-Zuid. Edward Voûte, de regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. No.25/60/1 M.1941 AFSCHRIFT.

No.551 L.M.1941 23/5.
Amsterdam, 20 Mei 1941.

Weled. Hooggeachte Heer Voute,
Burgemeester te Amsterdam.

Ondergeteekende komt met een vriendelijk verzoek tot U. Edelachtbare
aangezien ik ongeveer anderhalf jaar een winkel heb in kunsthandel geves-
tigd Albert Cuypstraat 198 heb ik al dien tijd een jood met hetzelfde
artikel in schilderijenstel voor mijn deur staan op de markt, genaamd De
Vries van de Nieuwe Heerengracht. Aangezien toch niet niemand met het-
zelfde artikel wat ik in mijn winkel verkoop voor mijn deur mag staan
heb ik de marktmeester verzocht hem een andere plaats te geven. Maar op
mijn herhaald verzoek, dat ik zooveel terreur en nadeel van die jood onder-
vindt wordt dit steeds afgewezen. Aangezien mijn man op moment in Duitsch-
land werkt en ik veel moeite hen om mijn zaak in deze moeilijke tijd
staande te houden, geloof ik wel, dat onze tijd als nationaal sosjalist
wel zoover gevorderd is, dat wij ons van een jood niet meer behoeven aan
te laten doen. Hierbij vertrouwde op Uwe welwillende medewerking, dat U
deze Jood voor mijn deur wil laten verwijderen, Edelachtbare,

                                 teeken ik Hiermede,

                                 w.g.G.W.Hartkamp,
                                 Albert Cuypstraat 198,
                                 Amsterdam-Zuid. In deze brief verzoekt G.W. Hartkamp de burgemeester om een joodse marktkraamhouder (De Vries) te laten verwijderen die voor haar winkel op de Albert Cuypmarkt staat. De brief is een schrijnend voorbeeld van hoe burgers tijdens de bezetting probeerden persoonlijk of zakelijk gewin te behalen door gebruik te maken van de antisemitische ideologie van de bezetter.

De schrijfster hanteert verschillende argumenten:
1. Economische concurrentie: De marktkraam verkoopt dezelfde artikelen (schilderijen en lijsten) als haar winkel.
2. Persoonlijke omstandigheden: Haar man werkt in Duitsland en zij heeft moeite de zaak draaiende te houden.
3. Ideologische chantage: Ze identificeert zich expliciet als "nationaal sosjalist" en stelt dat zij in deze nieuwe tijd geen "terreur" van een jood meer hoeft te dulden.

De term "w.g." (was getekend) onderaan geeft aan dat dit een administratieve kopie is van de originele brief, die destijds in de gemeentelijke bureaucratie is verwerkt. De brief is geschreven in mei 1941, een jaar na de Duitse inval. In Amsterdam was Edward Voûte kort daarvoor (februari 1941) door de bezetter aangesteld als burgemeester, nadat de vorige burgemeester was ontslagen na de Februari-staking.

In deze periode werden anti-joodse maatregelen steeds dwingender. Joodse marktkooplieden werden stelselmatig gedwarsboomd; later in 1941 zouden zij volledig van de openbare markten worden verbannen en naar specifieke 'joodse markten' worden verdreven. Dit document illustreert de "nazificatie" van de samenleving op microniveau, waarbij buren en concurenten elkaar aangaven of probeerden te verdringen op basis van de rassenleer van de nazi's. De brief laat zien hoe de schrijfster verwachtte dat haar politieke gezindheid ("nationaal sosjalist") haar een bevoorrechte positie gaf ten opzichte van joodse medeburgers. G.W. Hartkamp U. Edelachtbare

Samenvatting

In deze brief verzoekt G.W. Hartkamp de burgemeester om een joodse marktkraamhouder (De Vries) te laten verwijderen die voor haar winkel op de Albert Cuypmarkt staat. De brief is een schrijnend voorbeeld van hoe burgers tijdens de bezetting probeerden persoonlijk of zakelijk gewin te behalen door gebruik te maken van de antisemitische ideologie van de bezetter.

De schrijfster hanteert verschillende argumenten:
1. Economische concurrentie: De marktkraam verkoopt dezelfde artikelen (schilderijen en lijsten) als haar winkel.
2. Persoonlijke omstandigheden: Haar man werkt in Duitsland en zij heeft moeite de zaak draaiende te houden.
3. Ideologische chantage: Ze identificeert zich expliciet als "nationaal sosjalist" en stelt dat zij in deze nieuwe tijd geen "terreur" van een jood meer hoeft te dulden.

De term "w.g." (was getekend) onderaan geeft aan dat dit een administratieve kopie is van de originele brief, die destijds in de gemeentelijke bureaucratie is verwerkt.

Historische Context

De brief is geschreven in mei 1941, een jaar na de Duitse inval. In Amsterdam was Edward Voûte kort daarvoor (februari 1941) door de bezetter aangesteld als burgemeester, nadat de vorige burgemeester was ontslagen na de Februari-staking.

In deze periode werden anti-joodse maatregelen steeds dwingender. Joodse marktkooplieden werden stelselmatig gedwarsboomd; later in 1941 zouden zij volledig van de openbare markten worden verbannen en naar specifieke 'joodse markten' worden verdreven. Dit document illustreert de "nazificatie" van de samenleving op microniveau, waarbij buren en concurenten elkaar aangaven of probeerden te verdringen op basis van de rassenleer van de nazi's. De brief laat zien hoe de schrijfster verwachtte dat haar politieke gezindheid ("nationaal sosjalist") haar een bevoorrechte positie gaf ten opzichte van joodse medeburgers.

Genoemde Personen 2

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen